15 april 2011 -
In ons land zijn honderden weeramateurs actief met meteorologische waarnemingen en andere weerkundige activiteiten. De meeste hobbyisten zijn aangesloten bij de Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie, één van de meest actieve organisaties van weeramateurs in de wereld. Alleen België, Engeland en de Verenigde Staten kennen vergelijkbare organisaties van weeramateurs in andere landen zijn de amateurs nauwelijks georganiseerd.
Historisch geograaf en weerhistoricus Jan Buisman (rechts) overhandigt het eerste exemplaar van zijn boek Extreem weer aan Mees Westrate, voorzitter van de Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie (Foto: Karin Broekhuijsen)
Sinds 1998 maakt het KNMI naast het professionele waarnemingsnet structureel gebruik van waarnemingen door weeramateurs aangesloten bij de Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie. Vooral bij gevaarlijk weer, zoals zware hagelbuien, wolkbreuken en hozen kunnen meldingen van deze vrijwillige waarnemers zeer nuttig zijn voor de korte-termijn weersverwachtingen. De informatie kan ook meegenomen in de actuele berichtgeving over het weer en gebruikt worden voor waarschuwingen en het Weeralarm. Sinds kort werken de weeramateurs in het kader van het landelijke onderzoeksprogramma "Kennis voor Klimaat" mee aan een onderzoek naar het stadsklimaat.
Twee keer per jaar organiseert de Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie een landelijke bijeenkomst voor leden bij het KNMI in De Bilt. "Jong en oud" met interesse voor de meteorologie ontmoet elkaar en de Buys Ballotzaal van het KNMI is dan bomvol. Op de bijeenkomsten worden veel dia's en films vertoond en zijn er interessante voordrachten voor de klimaatveranderingen, de ozonlaag en recente ontwikkelingen in de meteorologie. Daarnaast worden ook regionale bijeenkomsten georganiseerd.
Het KNMI heeft van oudsher een band met vrijwillige waarnemers. De oprichter van het KNMI, Buys Ballot, benaderde rond 1850 naast medewerkers van de waterstaat en zeevarenden ook weeramateurs voor het eerste officiële meetnet. Die contacten zijn altijd blijven bestaan en hebben veel vruchten afgeworpen. Zo ondersteunde het KNMI in de eerste decennia van de 20e eeuw de Nederlandse Weerkundige Vliegervereniging, die vliegers en ballonnen opliet voor onderzoek van de onderste kilometers van de atmosfeer. Deze activiteiten zijn van betekenis geweest voor de luchtvaartmeteorologie die daarna op gang kwam. Al sinds de jaren tachtig van de 19e eeuw bestaat er een netwerk van vrijwilligers voor het waarnemen van optische verschijnselen, zoals kringen om de zon of maan.
In de jaren zestig van de 20e eeuw is dit geheel door weeramateurs overgenomen, zodat Nederland over een unieke waarnemingsreeks van meer dan een eeuw optische verschijnselen beschikt. In de jaren vijftig en begin jaren zestig werkte het KNMI samen met de Werkgroep 'Wolken en Onweders', een groep studenten uit de omgeving van Den Haag en Leiden, die onweerswaarnemingen deed. De gegevens zijn door het KNMI in een publicatiereeks uitgebracht en vormden een belangrijke bijdrage aan het onweersonderzoek.
Bijeenkomst VWK in De Bilt op 13 december 2003, foto Casper ter Kuile
In de jaren zeventig nodigde het KNMI de nieuw opgerichte Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie uit voor samenwerking in de vorm van projecten. Zo kon voor statistisch onderzoek nuttig gebruik worden gemaakt van onweers- en sneeuwwaarnemingen door amateurs.
Resultaten van onderzoek door amateurs zijn in samenwerking met het KNMI gepubliceerd in diverse rapporten. Verschillende leden van de Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie, die op jonge leeftijd werden gestimuleerd in de uitoefening van hun liefhebberij zijn inmiddels als meteoroloog of klimaatonderzoeker werkzaam.
Eerste uitgave:
14-12-03
Laatste wijziging:
15-04-11