Winterlandschap van Jacob van Ruysdael. Copyright Rijksmuseum Amsterdam
De eerste drie weken van de meteorologische winter (december, januari en februari), wordt het steeds donkerder, maar na de winterzonnewende, op 21 of 22 december, worden de dagen in het noorden weer langer. De gemiddelde wintertemperatuur loopt uiteen van 2,4 graden in het noordoosten tot 4,2 graden in het zuidwesten. In de oostelijke helft liggen de nachtelijke temperaturen gemiddeld enkele tienden van graden onder nul, in het westen een paar graden boven nul. Vlissingen telt in de drie wintermaanden 20 dagen met vorst tegen 42 vorstdagen in Eelde. Op 15 dagen vriest het hier matig (lager dan -5 graden) en op 5 dagen streng (lager dan -10 graden). Op 10 tot 12 dagen vriest het in het noorden en oosten de hele dag. Vlissingen telt 6 ijsdagen, maar in noordelijke richting neemt het aantal ook aan zee toe tot 9 ijsdagen in Den Helder.

KNMI-criteria voor de winter (gemiddelde temperatuur december, januari en februari)

Benaming Gemiddelde temperatuur in De Bilt
zeer zacht groter dan 5,0 graden
zacht tussen 4,4 en 5,0 graden
vrijwel normaal tussen 3,6 en 3,9 graden
normaal tussen 3,1 en 3,3 graden
vrijwel normaal tussen 2,7 en 3,0 graden
koud tussen 1,4 en 2,6 graden
zeer koud kouder dan 1,4 graden

Langjarig gemiddelde van de wintertemperatuur in De Bilt is 3,3 graden (tijdvak 1971-2000)

De winter is het seizoen met de meeste uren neerslag. In drie maanden valt er landelijk gemiddeld gedurende 195 uur regen of sneeuw tegen 114 uur in de zomer. Toch is de winter niet het natste jaargetijde. Landelijk valt er 186 mm, dat is 45 mm minder dan in het najaar. Het midden van het land, rond de Utrechtse heuvelrug, is 's winters het natste gebied. In Beekbergen valt 243 mm. Zeeland is met ruim 160 mm in Noordgouwe (Schouwen Duiveland) een stuk droger. De landelijke verdeling van de neerslag toont echter een grillig patroon, deels samenhangend met het reliƫf. De hoogste delen van het land vangen doorgaans de meeste neerslag. Zo krijgt in Zuid-Limburg het hogergelegen Vaals in 233 mm winterneerslag, terwijl Echt in Limburg slechts 163 mm opvangt. Het aantal sneeuwdagen loopt in de winter uiteen van 13 in het zuidwesten tot 21 in het oosten.

De zon schijnt in drie maanden gemiddeld tussen 160 en 180 uren, het meest in het westen. Gewoonlijk laat de zon in het donkerste seizoen op 37 dagen geheel verstek gaan, terwijl dat de zomer landelijk maar 5 zonloze dagen telt. Op 5 dagen schijnt de zon de hele dag (meer dan 80% van de mogelijke duur) tegen 10 zeer zonnige dagen in het voorjaar. De winter is ook het seizoen van de grote stormen. Landelijk gemiddeld stormt het op 1 dag, maar aan de kust staat gewoonlijk op 4 tot 6 dagen een stormachtige met windkracht 8 of meer.

Bron: klimaatatlas van Nederland