Een verschil met vroeger is ook dat meteorologen tegenwoordig veel meer ruchtbaarheid gegeven aan records. In sommige rubrieken wordt zelfs per dag gekeken wat voor die bewuste de hoogste en laagste waarden van temperatuur of luchtdruk zijn. Zodra de waarde wordt overschreden wordt gesproken van een nieuw record en als we eenmaal in een koude- of hittegolf zitten, kan dagen achtereen het ene na het andere record worden overtroffen.

Het temperatuurverloop vertoont in ons land echter een grillig gedrag en dat zien we pas goed als we alle dagrecords van de eeuw op een rij zetten. Zo noteerde het KNMI met -24,8 graden op 27 januari 1942 het recordminimum voor die datum. Op geen enkele 27e januari in deze eeuw was het nog kouder. De laagste temperatuur voor de dag daarop is -12,6 gemeten in 1947. Op 28 januari zou dus met -12,7 graden al een nieuw record zijn geboekt terwijl het op de 27e januari minstens 24,9 graden zou moeten vriezen om van een record te spreken.

Nu is dit een extreem voorbeeld, maar voor verschillende opeenvolgende data verschillen de eeuwrecords 4 tot 6 graden! Om een record op een zinvolle manier vast te stellen moet daarom ook altijd naar alle uiterste temperaturen van de decade (= 10 dagen), waarin de bewuste datum valt. Het KNMI vermeldt temperatuurrecords meestal pas als de waarden in een bepaalde decade, maand of over een nog langere periode worden overtroffen.