In januari 2001 was het hier nog kouder en zakte de temperatuur zelfs vier dagen achtereen tot onder de -60 graden. Op 29 januari werd in Ojmajakon -61,4 graden gemeten. Diepvriestemperaturen zijn in dit gebied, dat tot de koudste van de wereld hoort, geen uitzondering. Bijzonder was de lange duur van de kou in combinatie met zware sneeuwstormen.

Het omvangrijke noorden van Aziatische Rusland, dat zich uitstrekt van het Oeralgebergte in het westen tot de Grote Oceaan in het oosten, kent grotendeels een subarctisch klimaat met extreem koude winters. Het slechtste weer wordt niet veroorzaakt door sneeuwval, maar door stormachtige, snijdend koude winden die de sneeuw doen opwaaien. In het zuiden van Siberië wordt een noordoosterstorm Viuga genoemd, maar ook een zuiderstorm, de Solodnik, brengt hier slecht weer. In het westen van Centraal Siberië, bij het Baikalmeer waait de Sarma of de Novorossiisk bora, een noordwesterstorm. 

De temperaturen zijn naar Nederlandse maatstaven onvoorstelbaar laag. In het westen van Siberië vriest het 's winters overdag gemiddeld 10 tot 20 graden en 's nachts 20 tot 30 graden. Het oosten is nog veel kouder: het beschutte Ojmjakan heeft in januari een gemiddelde middagtemperatuur van -43 graden en 's nachts -50. In januari 1931 was de maandtemperatuur hier zelfs gemiddeld -55,7 graden. Het absolute record in Ojmjakan en Verkhoyansk bedraagt -70 graden en dan te bedenken dat het hier 's zomers tropisch warm kan worden met waarden van 33 graden boven nul en 300 uur zon in de maand! Smeltende gletsjers geven dan aanleiding tot overstromingen.  

Neerslag valt er 's winters nauwelijks: maandelijks minder dan 10 mm . De jaarsom bedraagt met 200 mm een kwart van de neerslag in ons land. De bodem is 200 tot 260 dagen van het jaar bedekt door sneeuw. In het westen van Siberië, waar het natter is dan in het oosten, ligt gemiddeld 30 tot 70 cm sneeuw. In het oosten is een sneeuwdek van 20- 30 cm normaal, in het noorden zo'n 70 cm .