Een ruim tien meter hoge tsunami-wal op het eiland Okushiri in noord (foto: K. Harada)*
De stormvloed van 1953 heeft een herhalingstijd van ongeveer vijfhonderd jaar. Dat wil zeggen dat bij gelijkblijvend klimaat zo’n storm in een denkbeeldige meetreeks van tweeduizend jaar (zo lang meten we immers nog niet) gemiddeld vier keer zou voorkomen. Gaan we uit van een nog ergere storm dan die van 1953 waarbij het zeewater nog een meter hoger komt, dan komt het KNMI uit op een herhalingstijd van eens in de 10.000 jaar. Zo’n verschrikkelijke storm bepaalt de geaccepteerde norm voor de veilige dijkhoogte langs de Nederlandse kust. Dat wil zeggen dat de kustbeveiliging zodanig op orde moet zijn dat er een kans is van minder dan 0,01 procent per jaar (of 1procent per eeuw) dat de zeedijken het niet aan kunnen.

De kans dat we dat ooit meemaken lijkt dus heel klein. De schattingen zijn echter gebaseerd op stormen door de bekende Atlantische depressies. Onderzoekers gaan na of er ook andere depressies mogelijk zijn die voor een veel hardere wind kunnen zorgen. Dan komen de kansen immers anders te liggen. De meetreeksen schieten te kort om daar een antwoord op te geven. Daarom maken wetenschappers gebruik van klimaatmodellen. Zo’n model werkt net als een weervoorspelmodel, niet om het weer 10 tot 15 dagen vooruit te voorspellen, maar voor vele jaren. Het doet dus niets anders dan steeds maar weer de luchtstromingen over de hele aarde berekenen, zodat alle mogelijkheden de revue passeren. Ook hoogst zeldzame structuren, die nog nooit waargenomen zijn maar theoretisch wel mogelijk zijn en dan met een hevigheid die de bekende Atlantische stormdepressies doet verbleken.

Zo’n over-extreme storm, zoals wetenschappers dat noemen, zou volgens modelberekeningen kunnen ontstaan uit een bijzonder soort samensmelting van depressies. De kans dat het zoiets ooit gebeurt en ons land daarmee te maken krijgt is heel erg klein, maar niet verwaarloosbaar. Deskundigen willen elk risico, hoe klein ook, in kaart brengen en doen ook onderzoek naar dergelijke scenario’s.

*Toelichting illustratie:
Een ruim tien meter hoge tsunami-wal op het eiland Okushiri in noord Japan. In deze streek is de kans op een tien meter hoge vloedgolf door een aardbeving zó groot dat het dijkontwerp op dat fenomeen moet worden afgestemd. Een blik op het zeeoppervlak maakt duidelijk dat een gewone stormvloed nooit zo hoog kan komen, want dat houdt meestal bij vier meter op. Vanuit het perspectief van stormvloeden is een tsunami over-extreem, hetgeen zich manifesteert in het feit dat de afmetingen van de wal buitenproportioneel lijken. (Foto: K. Harada, bron Zenit, januari 2008)