Cachet van de Verhandelingen van de Natuur- en Geneeskundige Correspondentie-Sociëteit
Naast opzieners van de waterstaat waren dat in de achttiende eeuw de belangrijkste waarnemers. Niet alleen in ons land maar ook in Engeland en Frankrijk waar medici zich verenigden om het weer te onderzoeken.

Boerhaave had contact met de beroemde instrumentmaker Daniel Gabriel Fahrenheit (1686-1736), die in Amsterdam woonde. De instrumentmaker experimenteerde met thermometers en kwam op het idee kwik in plaats van water of alcohol als vloeistof te gebruiken. Boerhaave adviseerde hem en liet zijn thermometers door Fahrenheit repareren. Fahrenheit introduceerde in 1717 na veel experimenteren zijn schaalmet drie vaste punten: 0 graden in een mengsel van ijs, water en salmiak, 32 bij het vriespunt van water en 96 was de lichaamstemperatuur van een gezond mens. Dat laatste ijkpunt verviel later, toen het kookpunt van water bij 212 graden werd gelegd.

In Den Haag werd in 1779 naar aanleiding van een prijsvraag uitgeschreven door de Hollandse Maatschappij van Wetenschappen de Natuur- en Geneeskundige Correspondentie Sociëteit opgericht. De vraag was welke weersomstandigheden van invloed zijn op de gezondheid.

De Friese hoogleraar Jan Hendrik van Swinden (1746-1823), die zich ook bezighield met weerkundige metingen, had een grote vinger in de pap. Het gedachtegoed van Herman Boerhaave kreeg nieuw leven en gedurende bijna vijftien jaar zijn op verschillende plaatsen weermetingen verricht door artsen. Eind 18e eeuw kwam een einde aan de Sociëteit onder meer door de Franse inval en geldgebrek. De meetreeksen uit de tweede helft van de 18e eeuw zijn betrekkelijk kort maar worden tegenwoordig gebruikt om andere langere meetreeksen, zoals die van Zwanenburg bij Halfweg, te toetsen. Deze gegevens zijn tegenwoordig van het grootste belang voor onderzoek naar klimaatveranderingen.