10 april 2012 -
Paaszondag valt op de eerste zondag die volgt op de eerste volle maan na het begin van de lente. Dat is op zijn vroegst op 22 maart en uiterlijk op 25 april. Door die grote spreiding van de paasdata in het voorjaar waarin de winter plaatsmaakt voor de zomer kan het Paasweer zowel een winters als een zomers karakter hebben.
Witte Pasen (23/24 maart) 2008, lokaal lag 10 cm sneeuw (foto: Jacob Kuiper, KNMI/WPI)
De warmste Eerste Paasdag noteerde het KNMI op 24 april 2011 toen in De Bilt 26,0 graden werd gemeten. In Gilze Rijen steeg de temperatuur die dag tot 27,2 graden. Het weer tijdens de Paasdagen van 2011 leek op dat van 1949, toen De Bilt op 17 april 24,5 graden noteerde.
"De temperatuur steeg belangrijk en de Zaterdag voor Pasen en de beide Paasdagen (16, 17 en 18 april) waren in Brabant en Limburg, evenals het grootste deel van de Achterhoek en Twente, zomerse dagen, waarbij temperatuurrecords werden overtroffen of benaderd".
Op verschillende plaatsen was Pasen in 1949 een zomerse dag met temperaturen tussen 25 en 30 graden.Dat vermeldt het Maandelijks Overzicht van de Weersgesteldheid in Nederland van het KNMI dat inmiddels al meer dan een eeuw verschijnt.
Een warme eerste Paasdag (met 20,0 graden of hoger) had De Bilt ook op 22 april 1984 (22,4 graden), 13 april 1952 (21,5), 15 april 1979 (21,2) en 4 april 1926 (20,0 graden).
Pasen is vaker nat en somber. Sinds 1901 waren er 32 eerste paasdagen waarop het overdag kouder dan 10 graden bleef. In 2008 bleef de temperatuur op de vroege Eerste Paasdag (23 maart) in De Bilt steken bij maximaal 5,9 graden. Die dag sneeuwde het in ons land, in Vlissingen lag zelfs 11 cm sneeuw.
Sneeuwbuien met Pasen waren er ook in 1977 toen het op eerste Paasdag (10 april) 's ochtend plaatselijk 7 graden vroor. Ook op de ochtend van tweede Paasdag in 1982 (12 april) lag op een aantal plaatsen enkele centimeters sneeuw. Paaszaterdag 2001 was een winterdag: 's ochtends vroor het licht tot matig waarna het sneeuwde.
Sinds 1901 begon eerste Paasdag in De Bilt 15 keer met vorst, maar op twee van dergelijke dagen werd het in de middag bij zonnig weer toch nog 19 graden.
In het oosten van het land, Duitsland en Denemarken worden traditiegetrouw paasvuren onstoken. De rook van de vreugdevuren kan bij oostenwind en een rustige stabiele atmosfeer in heel Nederland voor overlast zorgen (foto: Jannes Wiersema)
Het koudst was het in 1964 toen de temperatuur met Pasen (29 maart) bij zeer somber en nevelig weer overdag plaatselijk bij 3 graden bleef steken. Op tweede Paasdag viel er in 1964 natte sneeuw.
Ook in 1994 was dat het geval toen de natte tweede Paasdag (4 april) met 20 tot 30 millimeter neerslag guur afsloot met sneeuw, onweer en windvlagen. Op Goede Vrijdag had het verkeer toen ook al hinder van de wind. Een felle storm met zeer zware windstoten van meer dan 100 kilometer per uur blies caravans van de weg.
Het voorjaar staat bekend om abrupte weersomslagen en ook het paasweer kan heel grillig verlopen. In 1979 bood eerste Paasdag (15 april) zonnig weer met 20 tot 23 graden en weinig wind. De tweede Paasdag was guur met regen en een krachtige wind en in de middag amper 6 graden.