In 1860 werd er een rijkstelegraaf geïnstalleerd voor het onderling overseinen van de waarnemingen naar het KNMI de Bilt en de overige stations. Nu konden de inwoners op borden in de Ouwe Helder en langs de haven lezen wat voor weer het in Nederland was. In 1863 werd het systeem uitgebreid met een stormwaarschuwingssysteem. Sinds dat jaar hingen in alle havenplaatsen en vissersdorpen stormseinen als kegels, ballen en een rode lantaarn als er storm werd verwacht. Door de technische vooruitgang in de 20e eeuw leidde uiteindelijk tot bruikbare weersverwachtingen. In 1972 moest het monumentale complex ter hoogte van de Coenraadbotstraat wegens de dijkverzwaring gesloopt worden en verhuisde het KNMI weerstation naar het marinevliegveld De Kooy.

Op 1 augustus 1972 werd dit station officieel geopend als synoptisch hoofdstation. En zoals alle weerstations heeft ook den Helder een index nummer (06235) 06 voor Nederland en 235 voor stationsindexnummer. Als waarnemingspost heeft Den Helder natuurlijk een unieke ligging in het uiterste noordwesten van Nederland. Bij aanvoer uit het noordwesten kunnen de meteorologen mede op basis van de informatie uit Den Helder zo goed mogelijk inschatten wanneer zo'n neerslaggebied Nederland zal bereiken. Iedereen kan de weersontwikkelingen in het noordwesten actueel volgen doordat de waarnemingen van Den Helder niet alleen op internet worden vermeld maar ook in de weerrapporten op NOS Teletekst pagina's 705 en 707.

De KNMI'ers begonnen met hun werkzaamheden in Den Helder in een houten gebouwtje waar onder meer de telexen, de registratieapparatuur en de kwikbarometer waren opgesteld. Op het waarnemingsveld waren diverse instrumenten te vinden. In maart 1977 werd het meetterrein verrijkt met een bliksemteller en een pluviograaf, een registerende regenmeter. Later werd nog een wolkenhoogtemeter toegevoegd.

Toch was het instrumentarium op het waarnemingsstation de "Windwijzer" nog hypermodern en werden nog veel waarnemingen handmatig gedaan. Op 27 augustus 1985 verhuisde het weerstation met alle apparatuur naar de inmiddels gereed gekomen vleugel van het nieuwe gebouw in Den Helder. Tussen 1985 en 1990 werd overgegaan op nieuwe instrumenten en apparatuur. De medewerkers van de instrumentele afdeling van het KNMI zorgen voor het onderhoud van het instrumentarium.

Op 1 januari 1991 werd ons station onderdeel aan de luchtvaartmeteorologische dienst van het KNMI. Eind 1991 werd een begin gemaakt met de automatisering van de waarnemingen. De weergegevens konden nu ook grafisch via monitoren worden weergegeven. Inmiddels is het weerstation, net als de meeste andere meetpunten, volledig geautamatiseerd. Alle waarnemingen, ook de visuele van zicht, wolkenbedekking en weertype worden door automaten gevolgd en iedere tien minuten ververst. Halverwege de jaren negentig werd Den Helder uitgerust met een radarsysteem van het KNMI. In combinatie met de radarantenne op de toren van het KNMI in De Bilt levert dat een veel completer (meng)beeld van de neerslag boven heel Nederland inclusief een belangrijk gebied op de Noordzee. Op 31 oktober 1996 werd de radar op de Albatros in de nieuwe haven van Den Helder officieel in gebruik genomen.

door Willem Rotgans, KNMI