4 december 2008 -
De weerkaart is misschien wel het meest karakteristieke product van de weerkundigen. Na anderhalve eeuw is de weerkaart nog altijd een ideaal middel om het weer te beschrijven. De geschiedenis van de Nederlandse weerkaart begint met de weerkundige Buys Ballot.
Een van de eerste weerkaarten van Buys Ballot (14 januari 1880)
In 1852 maakte hij de eerste schetsen maakte. Uit de weinige gegevens was hij in staat zijn beroemde wet te formuleren: staande met de rug naar de wind, bevindt het lagedrukgebied zich op het noordelijk halfrond links van de waarnemer en het hogedrukgebied rechts. Buys Ballot was er vroeg bij maar niet de eerste die weerkaarten maakte. In 1668 publiceerde de Engelse sterrenkundige Edmund Halley een kaart met windgegevens. De eerste uitgebreide weerkaarten uit de tweede helft van de 19e eeuw waren van de Duitser Heinrich Brandes. Hij verwerkte metingen van de Societas Meteorologica Palatina, één van de eerste weerorganisaties van de Duitse keurvorst Karl Theodor.
Wat op een weerkaart het meest in het oog springt zijn de hoge- en lagedrukgebieden met de isobaren. Dat zijn lijnen rond die druksystemen die plaatsen met elkaar verbinden waar de luchtdruk hetzelfde is. Naast isobaren zijn er ook isothermen, lijnen die plaatsen met dezelfde temperatuur verbinden, een vondst uit 1817 van de beroemde geograaf Alexander von Humboldt.
In de loop van de 19e eeuw verschenen de eerste weerkaarten met isobaren en isothermen. Buys Ballot begon er toen ook in ons land mee maar pas in de jaren tachtig kwamen de dagelijks weerkaarten voor een breed publiek beschikbaar. Frankrijk was eerder: het Franse publiek kon zich al in 1863 abonneren op dagelijkse weerkaartjes. Buys Ballot ondervond in ons land weerstand van sceptici die niet geloofden in het wetenschappelijke weerbericht en meer vertrouwen hadden in het volksweerkunde. Ondanks de geringe publieke belangstelling is het KNMI in 1881 begonnen met dagelijkse weerkaartjes. De eerste verschenen bij het toenmalig filiaal in Amsterdam. Het Stadswaterkantoor verspreidde de kaartjes en verschillende opticiens hingen ze in de etalage. In de loop van de 20e eeuw ging de weerkaart steeds meer bieden. Een doorbraak in 1939 was de ontdekking van fronten, die de voorste begrenzing van een andere luchtsoort, bijvoorbeeld kouder of warmer.
Na de oorlog werden de dagelijkse weerkaartjes uitgebreid met waarnemingen van de weerballon die metingen doet tot enkele tientallen kilometers hoogte. Sinds 1983 worden de kaartjes getekend door computers. Tegenwoordig zijn de computerkaarten met weersverwachtingen tot zelfs 15 dagen vooruit niet meer weg te denken uit de meteorologie.
Eerste uitgave:
17-10-08
Laatste wijziging:
04-12-08