Uitgebreide weerkaart KNMI, 1 februari 1953, 00u00 GMT (bron:KNMI-bijdrage tot het rapport van de Deltacommissie)
Her en der staan festiviteiten op het programma, zoals in Kortgene de opening van het nieuwe gemeentehuis. Commissaris van de Koningin jonkheer A.F.C. de Casembroot moet in zijn dienstauto wachten tot het water in de Zankreek gezakt is, voordat het veer Wolphaartsdijk-Kortgene hem naar Noord-Beveland kan overzetten. Ook elders ondervinden veerdiensten grote problemen door wind en hoog gerezen water. De passagiers van de proviciale boot die 's avonds nog om 20.30 uur vanuit Katseveer naar Zierikzee vaart, komen zeeziek en met doodsangst in de ogen van boord.

Aan het eind van de middag stuurt de Stormvloedseindienst ondergebracht bij het KNMI in De Bilt opnieuw een waarschuwingstelegram dat ook op de radio in de ANP-nieuwsuitzendingen vanaf 18.00 wordt voorgelezen: Boven het noordelijke en westelijke deel van de Noordzee woedt een zware storm tussen noordwest en noord. Het stormveld breidt zich verder over de noordelijke en oostelijke Noordzee uit. Verwacht mag worden dat de storm de hele nacht zal voortduren. Daarom werden vanmiddag om half zes de groepen Rotterdam, Willemstad en Bergen op Zoom gewaarschuwd voor gevaarlijk hoogwater. Het telegram wordt naar naar een beperkt aantal adressen gezonden: de dertig abonnees waaronder Rijkswaterstaat en Provinciale Waterstaat, alleen Walcheren geabbonneerd.

Geen wonder dat de waarschuwing van de Stormvloedseindienst nauwelijks tot actie leidt." Dat schrijft PZC-redacteur Rinus Antonisse, schrijver van het boek "Februariramp 1953" (Uitgeverij Uniepers) in "de Ramp", een bijlage bij de Provinciale Zeeuwse Courant (24 januari 2003) gewijd aan de Watersnoodramp van 1953.

In Weermagazine blikt weerkundige Marjon de Hond in haar geboorteplaats terug op de Watersnoodramp: "Zoveel natuurgeweld, in buitengewone meteorologische omstandigheden. Als ik uit mezelf kon treden, zou ik er als meteoroloog misschien enthousiast over kunnen zijn. Maar dat kan ik niet. Laatst was ik in Ouwerkerk. Met m'n rug naar de zee, keek ik over het polderlandschap. 1835 doden. Het is niet voor te stellen, als je het niet hebt meegemaakt. Hier past alleen stilte na de storm." Hoofdingenieur waarschuwde al geruime tijd voor de ramp voor onveilige dijken. Ook geruime tijd voor de ramp was er al gewaarschuwd voor de onveiligheid van de dijken. Dr. ir Johan van Veen had zijn plannen voor de Deltawerken al vóór 1953 uitgewerkt, omdat hij toen al besefte dat de dijken niet veilig waren. Dat meldt zijn kleinzoon Paul Fortuin, die als onderzoeker werkzaam is bij het KNMI en goed op de hoogte is van de ideeën van zijn grootvader.

Van Veen had zijn plannen voorgelegd aan de leiding van Rijkwaterstaat. De realisatie kon indertijd echter geen doorgang vinden door geldgebrek en andere prioriteiten. Als hoofdingenieur bij Rijkswaterstaat was het hem niet toegestaan vanuit zijn titel de pers te waarschuwen voor deze onveiligheid, daarom deed hij dit onder de pseudonaam, Cassandra (een Griekse ongeluksprofeet waarna niemand luisterde) en met name bij interviews met het Elsevier tijdschrift. Toen de dijken doorbraken wist de directie van Rijkswaterstaat dus al van zijn plannen. Kort daarna werden de deltaplannen goedgekeurd en uitgevoerd. Inmiddels is door Willem van de Ham een boek over hem geschreven dat is verschenen bij uitgeverij Balans.