Aanvalsplan D-day (bron: Weermagazine)
Een lagedrukgebied en een koufront met wolken, wind en regen, via Engeland op weg naar Het Kanaal en de Normandische kust zou volgens sommige weerkundigen roet in het eten gooien. Anderen gingen ervan uit dat het gebied snel achter het koufront zou komen zodat de geallieerden konden profiteren van een weersververbetering met goed zicht.

De weersverwachtingen waren toen nog lang niet wat ze nu zijn. Door het ontbreken satellietwaarnemingen en berekeningen door computers was de betrouwbaarheid van de verwachtingen, zeker op lange termijn zeer beperkt. De meteorologen beschikten alleen over waarnemingen van weerstations boven land en metingen op zee. Daarnaast werden vliegtuigen ingezet om het weer te observeren. Generaal Eisenhower liet voorafgaand aan de invasie verkenningsvluchten uitvoeren boven Engeland en naaste omgeving. Daaruit bleek dat het gevreesde koufront sneller doortrok dan aanvankelijk was verwacht. Op dinsdagochtend 6 juni 1944 zou het de Kanaalregio zijn gepasseerd zodat het gebied kon profiteren van flinke opklaringen en ver zicht.

Op basis van die gunstige vooruitzichten werd het sein voor de grootscheepse invasie op groen gezet. Terecht zoals later bleek hoewel de operatie op D-day niet vlekkeloos verliep. Zo hadden de bommenwerpers en landingstroepen boven land last van lage bewolking.

Het succes van D-day was vooral te danken aan het verrassingseffect. Voor de Duitse legerleiding kwam de invasie op basis van de beschikbare weersinformatie en het lage tij totaal onverwacht. De geallieerden maakten optimaal gebruik van de snelle weersverbetering na passage van het koufront. Het lage tij was juist gunstig om vijandige obstakels op het strand, die anders onder water zouden verdwijnen, snel weg te ruimen. De Duitsers werden compleet overvallen door de invasie op 6 juni 1944.