De computer maakt berekeningen gebaseerd op weermodellen, maar vooral bij buiig weer kunnen de hoeveelheden van plaats tot plaats sterk uiteenlopen en en zijn er vaak ook plaatsen. Bovendien kan de activiteit van de neerslag op het laatste moment afnemen of groter worden.

De kanspercentages gelden voor iedere willekeurige plaats in Nederland. Is die waarde 90 procent dan is het zo goed als zeker dat er die dag op elke willekeurige plaats in ons land neerslag komt. Bij een kans van 10 procent blijft het vrijwel zeker droog en bij 50 procent kan het net zo goed droog blijven als regenen of sneeuwen. Hoe hoger het percentage, hoe zekerder de meteoroloog is dat er neerslag komt. De onzekerheid hangt samen met de voorspelbaarheid van het weer. Hoe langer de verwachtingstermijn hoe groter de onzekerheid.

In weersverwachtingen die voornamelijk uit tekst bestaan, worden de kanspercentages vertaald in woorden, zoals "mogelijk, een kleine kans op" of omschrijvingen als "hier en daar, plaatselijk, bijna overal, vrijwel nergens of vrijwel geen". Op de beelden van de neerslagradar is de buienactiviteit op de voet te volgen. Uit de beelden is af te leiden waar binnen een bepaalde tijd neerslag kan worden verwacht en wordt door middel van kleuren ook een indicatie gegeven van de intensiteit.

Voorbeelden van kanstermen voor neerslag
kans omschrijving in weerbericht
10-30 procent (slechts) een kleine kans op / vrijwel (bijna) nergens / vrijwel (bijna) geen
30-70 procent kans op mogelijk / hier en daar / plaatselijk / op enkele plaatsen
70-90 procent grote kans op vrijwel (bijna) overal / waarschijnlijk / op de meeste plaatsen / op veel plaatsen