5 oktober 2012 -
Soms trekt de kern van een depressie, een gebied met lage barometerstanden, dwars over Nederland. Vooral wanneer dat een diepe en actieve depressie is kan dat verspreid over ons land tijdelijk een wereld van verschil opleveren in weer en wind.
Een depressie met de kern boven ons land kan binnen onze landgrenzen een wereld van verschil opleveren in weerr en wind (Bron: KNMI)
Op satelliet- en radarbeelden is de krul van zo’n depressies soms goed te volgen. Ten noorden van het lagedrukgebied waait een oostelijke tot noordoostelijke wind, ten zuiden daarvan een westelijke wind. Als de depressie gepasseerd is draait de wind naar noordwest of noord. De sterkste wind komt meestal ten zuiden en westen van het lagedrukgebied voor. Hoe hard het waait hangt af van de verschillen in luchtdruk. Hoe groter de drukverschillen over een bepaalde afstand hoe harder de wind. Als de depressie ons land nadert gaan de barometers omlaag en trekt de wind geleidelijk aan.
Meestal begint er dan ook neerslag te vallen, ten noorden en oosten van de depressie kan dat ‘s winters sneeuw zijn en kan ijzel optreden. In de zachtere lucht ten zuiden van de depressie regent het meestal. In welk deel van het land precies de regen overgaat in (natte) sneeuw is steeds beter aan te geven. Aan de hand van de uitkomsten van modelberekeningen van de intensiteit van de neerslag en het temperatuurverloop met de hoogte kunnen de weerkundigen dat goed inschatten.
In de depressiekern waait het amper en breekt vaak zelfs even de zon door. De barometerstand verandert dan niet veel meer. Het rustige weer (de stilte voor de storm) is echter meestal maar van korte duur, tenzij de depressie heel langzaam verder trekt.
Als de kern lange tijd nagenoeg stil blijft liggen kunnen de tegenstellingen in het weer boven ons land lang aanhouden. Meestal loopt de barometer echter al gauw weer op. Als dat heel snel gaat (door meteorologen stijgklap genoemd) zal de wind ook flink aanwakkeren en is er kans op storm en zware windstoten.
Met de koudere lucht die dan aangevoerd wordt komen echter meestal buien mee die boven zee zijn ontstaan. Vooral tijdens buien kunnen windvlagen voorkomen. In de koudere lucht verbetert ook het zicht, maar in een (sneeuw)bui is het zicht uiteraard weer minder.
Eerste uitgave:
09-02-10
Laatste wijziging:
05-10-12