Winterse bui op Ameland (foto: Martha Appelman)
Door de contrasten zeggen de langjarige gemiddelden weinig over het werkelijke weer. De gemiddelde temperatuur varieert van 8,4 graden in het noordwesten tot 9,4 graden in de zuidelijke helft. De uitersten liggen tussen -10 en ruim +30 graden! Aan de kust wordt de temperatuur overdag laag gehouden door het koude zeewater, maar de nachten zijn in het binnenland kouder. Gemiddeld scheelt dat 2 tot 3 graden maar soms is het verschil meer dan 10 graden.

De meeste weerstations hebben nog 2 dagen met vorst, maar in het binnenland zijn 5 of 6 vorstdagen normaal. Vorst vlak boven de grond komt het in het oosten op gemiddeld 11 dagen voor. Op 2 of 3 dagen wordt het landinwaarts warmer dan 20 graden, maar aan de kust gebeurt dat in april zelden.

Met landelijk 42,3 mm neerslag is april de droogste maand van het jaar. De voorjaarsbuien duren kort en leveren weinig op. Toch heeft april niet de minste regenuren. Landelijk regent het gemiddeld 42 uren tegen 37 in augustus. De hoeveelheden lopen uiteen van minder dan 35 mm in het noordwesten tot 60 mm lokaal in het zuidoosten.

De zon schijnt landelijk gemiddeld 177 uren. Dat is 43 procent van de tijd dat ze kan schijnen, een flinke verbetering tegenover maart met 33 procent.

Aan de kust schijnt de zon vaker dan in het binnenland. Kenmerkend voor april en mei zijn periodes met dagen achtereen zon. De blauwe lucht verraadt hoe schoon en droog de lucht is. Het is echter vaak schraal en als er buien vallen guur. April is de laatste maand van het stormseizoen. Een zware storm is nog altijd mogelijk.