Wolkenvelden worden in ons land meestal aangevoerd aan de rand van een hogedrukgebied met de kern boven Engeland of het zeegebied tussen IJsland en Schotland. De lucht legt dan een lange weg af over de Noordzee en in de betrekkelijk rustige atmosfeer bij het hogedrukgebied vormt zich dan op geringe hoogte bewolking die aangroeit tot het uitgestrekte wolkengebied.

Het hogedrukgebied kan lange tijd op vrijwel dezelfde plaats blijven liggen, waardoor er in de atmosfeer weinig verandert en ons land soms een week permanent schuil gaat achter een grijs wolkendek. Pas wanneer het hogedrukgebied zich naar het noorden van de Noordzee of Scandinavië verplaatst draait de wind naar noordoost tot oost en wordt drogere lucht aangevoerd, waarin de wolkenvelden oplossen. Ook wanneer het hogedrukgebied verdwijnt en oceaandepressies weer invloed gaan uitoefenen op het weer in Europa verdwijnen de wolkenvelden bij een naar zuidwestelijke of zuidelijke richtingen draaiende wind.