8 januari 2004 -
Sneeuw levert vooral problemen op als het ook hard waait. Bij temperaturen onder het vriespunt stuift de sneeuw en die fijne stuifsneeuw kan door de kleinste kieren en gaten binnendringen, het zicht tot een paar honderd meter beperken en grote overlast bezorgen. De van de grond opwaaiende sneeuw wordt driftsneeuw genoemd en daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen lage en hoge driftsneeuw. Lage driftsneeuw stuift alleen dichtbij het aardoppervlak en hoge driftsneeuw beperkt het zicht ook op ooghoogte.Wanneer sneeuw wordt verwacht bij windkracht 6 of 7 geeft het KNMI een weeralarm uit voor sneeuwjacht. Bij windkracht 8 of meer en sneeuw geldt een weeralarm voor sneeuwstorm.
Huizenhoge sneeuw bij de sneeuwstorm van 1979 in Uithuizermeeden. Dat zou zeker code rood zijn (foto: Jan Bolt)
Een sneeuwstorm, in veel landen blizzard genoemd, kan het openbare leven ontwrichten en soms hele dorpen isoleren. Als sprake is van een sneeuwstorm kunt u beter niet de weg op gaan als het niet strikt noodzakelijk is. Het verkeer wordt verlamd doordat wegen, rails en startbanen geblokkeerd raken. In een langdurige sneeuwstorm kan de sneeuw bij aanhoudende vorst tot meters hoge sneeuwduinen opstuiven en kunnen gestrande auto's insneeuwen. Lage temperaturen, harde wind en stuivende sneeuw maken het verblijf buiten de deur uiterst onaangenaam en bij matige tot strenge vorst zelfs gevaarlijk.
In ons land duurt het soms jaren voor een volgende sneeuwstorm opsteekt, maar in sommige winters komen er twee of drie in korte tijd voor. In totaal was er in de vorige eeuw in ons land op zeker 22 dagen sprake van een sneeuwstorm, de laatste keer op 8 februari 1985. Toen ondervond vooral het spitsverkeer in het zuiden en westen hinder van de sneeuw. Het zuidwesten van ons land kreeg ook op 9 januari 1985 een sneeuwstorm te verduren.
Eén van de hevigste sneeuwstormen van de eeuw trof de noordelijke helft van het land medio februari 1979. Het noodweer begon op de 14e en het noorden van ons land had ongeveer 90 uur lang zware driftsneeuw. De wind bereikte in vlagen snelheden van 100 kilometer per uur en de sneeuwduinen hoogtes van 3 tot 6 meter. Delen van het land boven de lijn Harderwijk-Amsterdam werden van de buitenwereld afgesneden. Eerder die winter, op oudejaarsdag 1978, werd vooral het zuiden van het land getroffen door een sneeuwstorm bij extreem lage temperaturen van 10 tot 15 graden onder nul. Berucht zijn ook sneeuwstormen uit de winters van 1937, 1942, 1945, 1947, 1958 en 1963.
Eerste uitgave:
08-01-04
Laatste wijziging:
08-01-04