De bodem is zo droog dat zelfs de klei door de wind verstuift (foto: Jannes Wiersema)
Het KNMI brengt de droogtesituatie in ons land in kaart met het tekort aan neerslag. Het potentieel neerslagtekort wordt berekend uit de hoeveelheid regen die valt verminderd met de verdamping (referentiegewasverdamping) gedurende het groeiseizoen tussen april en september. Verdamping gebeurt via planten die met hun wortels water onttrekken aan de bodem en vocht afgeven vanaf hun bladeren. Zon, wind en temperatuur bepalen in hoge mate de grootte van de verdamping. Hoe warmer, zonniger en winderiger hoe meer water er verdwijnt.

De ontwikkeling van de droogte hangt uiteraard af van het verdere verloop van het weer. Op langere termijn kan dat in ons grilllige klimaat alle kanten op. Dat blijkt overduidelijk uit het verloop in vorige droge periodes. Sommige droogteperiodes liepen al gelijk in het begin van de zomer af, maar in andere jaren bleef de neerslag ook in de warmste tijd van het jaar uit.

In het droge jaar 2003 liep het neerslagtekort gemiddeld over ons land uiteindelijk op tot 227 mm, een droogte die ongeveer eens in de tien jaar voorkomt. Recordjaar 1976, waarin sprake was van een ernstige droogte, leverde een maximaal tekort op van 360 mm.

Ook de zomer van 2003 was uitzonderlijk droog met weinig neerslag en veel verdamping. Een bijzonder lange periode met weinig neerslag had ons land in 1995 en 1996. Van de 22 maanden tussen juli 1995 en april 1997 waren er in De Bilt slechts vijf natter dan normaal. Droog waren vooral augustus en oktober 1995, januari, maart en april 1996 en januari en maart 1997. In de hele periode viel maar 69 procent van de hoeveelheid die normaal had moeten vallen. Vooral in de eerste twaalf maanden van deze periode waren de tekorten groot. In De Bilt viel tussen juli 1995 en juni 1996 slechts 448 mm, wat ongeveer de helft is van de normale som.

In de 20e eeuw is een periode van 12 maanden slechts eenmaal nog droger geweest: van september 1920 tot en met augustus 1921 viel hier 370 mm. Andere jaren met langdurige droogte waren 1959 en 1976. Net als in 1921 was het toen vooral in het groeiseizoen droog waardoor de voedselvoorziening in het gedrang kwam. In 1995, 1996 en 1997 was het vooral in de maanden buiten het groeiseizoen droog, waardoor de gevolgen voor de samenleving uiteindelijk meevielen. Het droogste kalenderjaar in De Bilt was 1921 met 387 mm tegen 833 mm normaal (gemiddeld over 1981-2010). Andere droge jaren waren 1933 (511 mm), 1959 (536 mm) en 1976 (536 mm).