De barre winter van negentig van Herman de Man. Ook oud-weerman Hans de Jong uit Gorredijk schreef een boek over de winter van 1890.
Vooral november 1993 was koud met vanaf de 16e dagelijks vorst tot -11,4 graden op 23 november in Twenthe. In 1995 werd het daar op 5 november -9,2 graden, bijna een record zo vroeg in de maand, die verder zacht was. Ook in 1996 en in 1998 kwam Europa vroeg in de greep van de winter met sneeuw en vorst tot in het gebied van de Middellandse Zee. Woensdrecht noteerde op 23 november 1998 met -11,0 graden een zeldaam vroege strenge vorst.

Ook uit het begin van de 20e eeuw zijn periodes bekend waarin de winters vroeg begonnen. In de jaren twintig kwamen vier jaren achtereen vorstperiodes van minstens een maand begin november en soms nog eerder al waren begonnen. Op 29 november 1921 werd in De Bilt een record lage temperatuur gemeten van -14,4 graden.

Op en top winter was het ook al vroeg in 1965 met vanaf 11 november twee weken vorst. In het noorden bleef het op acht dagen de hele dag vriezen, ijsdagen genaamd. Eelde had op 16 november 1965 een minimum van -13,3 graden, de laagste temperatuur voor midden november. Bijzonder was de kou in 1980: op 3 november bleef het vrijwel overal de hele dag 1 tot 2 graden vriezen. Zo'n vroege ijsdag begin november was zo niet eerder voorgekomen. Er viel ook sneeuw, lokaal 15 centimeter, maar na enkele dagen vroeg winterweer was het snel weer gedaan met de vorst.

Ook in 1985 viel de winter vroeg in. In Zuid-Limburg kwam de temperatuur toen in november op 20 dagen onder nul en op vijf dagen bleef het ook overdag vriezen. Op 19 en 20 november 1985 kwam de temperatuur in de middag niet hoger dan -3 graden. Op 15 dagen viel ergens in het land sneeuw, in Friesland lag eind november 1985 ongeveer 15 centimeter.

Bijzonder was de winter in 1890, dankzij het boek van Herman de Man bekend als "de barre winter van negentig". De kou sloeg al in de tweede helft van november toe. Aan het eind van die maand bleef het in Utrecht twee dagen achtereen overdag 7 graden vriezen en 's nachts vroor het 10 tot 13 graden. Daarna volgde een zeer koude december. De winter van 1890 is één van de weinige vroeg begonnen winters die tot een strenge winter zou uitgroeien.

In de meeste jaren met vroege vorst was de kou snel voorbij, waarna zelfs een zachte winter volgde. Onze voorouders brachten dat eeuwen geleden al onder woorden: zwaait de winter in november al zijn staf, zijn rijk vindt vroeg het graf.