14 maart 2011 -
Het weer voelt schraal aan als het relatief koud is en er veel wind staat uit noordoost of oost. Daarmee wordt droge lucht (relatieve vochtigheid minder dan 40 procent) aangevoerd, die een lange weg over land heeft afgelegd.
Op een schrale voorjaarsdag is de lucht soms diep blauw van kleur (foto: Jannes Wiersema)
Onderweg naar het zuiden wordt de van oorsprong koude poollucht geleidelijk minder koud en relatief steeds droger. Als er bovendien weinig of geen bewolking in voorkomt dan krijgt de hemel overdag een donker blauwe kleur en is de zonnestraling zeer intensief. Dat komt doordat de lucht weinig vocht bevat waardoor het witte zonlicht weinig wordt verstrooid.
Het temperatuurverschil tussen dag en nacht, de dagelijkse gang, is onder zulke omstandigheden groot, in het voorjaar wanneer de zonnestraling aan kracht wint kan het verschil in temperatuur tussen minimum en maximum tot soms meer dan 20 graden oplopen. Overdag loopt de temperatuur dan flink op, terwijl de warmte 's nachts ongehinderd wordt uitgestraald en het flink afkoelt. Vooral wanneer de wind 's nachts gaat liggen kan de temperatuur sterk dalen. Blijft het ook na zonsondergang waaien dan wordt de afkoeling getemperd en koelt het op windbeschutte plaatsen het sterkst af.
Onder deze omstandigheden is er ook laat in het voorjaar nog een grote kans op vorst aan de grond, dat wil zeggen vorst op een hoogte van 10 centimeter boven gras. In het najaar en in de winter kan het dan ook op de normale waarnemingshoogte van anderhalve meter tot vorst komen. De zon heeft 's winters niet zoveel kracht waardoor het dan ook overdag koud blijft. In de wind voelt het extra koud aan doordat de afkoelingssnelheid en daarmee het warmteverlies in de droge lucht heel groot is. Een sterke windchill levert lage gevoelstemperaturen op.
Eerste uitgave:
07-10-02
Laatste wijziging:
14-03-11