Nader Verklaard
Magnitudeschalen
2 juni 2010 -
Naast de magnitudeschaal van Richter worden er tegenwoordig ook andere magnitudeschalen gebruikt. Hieronder volgen de meest bekende.
De oppervlaktegolf magnitude MS
Deze schaal is ontworpen om het probleem van de verzadiging van de schaal van Richter op te lossen en om de magnitude van aardbevingen die verder weg zijn dan 500 km te berekenen. De magnitude wordt berekend aan de hand van de uitslag van de oppervlaktegolven met een periode van 20 seconden bij bevingen op een afstand groter dan 2000 kilometer. De berekening van deze magnitude is niet beperkt tot een afstand van 100 km, omdat er geen referentie aardbeving op een afstand van 100 km nodig is. Zo kunnen ook de magnitudes van aardbevingen die veel verder weg zijn berekend worden. De aardbevingen mogen niet dieper zijn dan 60 km, want dan ontstaan er nauwelijks oppervlaktegolven.
De ruimtegolf magnitude Mb
Ook deze magnitude is bedoeld voor aardbevingen op grotere afstanden (groter dan 1600 km), en dan vooral voor de hele diepe bevingen, waarbij nauwelijks oppervlaktegolven zullen ontstaan. Deze magnitude wordt berekend aan de hand van de maximale amplitude van de ruimtegolven (golven die dwars door de aarde heen gaan, P-golven).
Zowel deze magnitude als de oppervlaktegolf magnitude verzadigen als de magnitude groter is dan ongeveer 7,5.
De moment magnitude MW
Dit is de meest recente magnitudeschaal (1977). Het is een schaal die duidelijk verschilt van de andere. Deze wordt niet direct berekend aan de hand van de uitwijking in een seismogram, maar uit de maximale uitwijking van de laagste frequenties van het seismogram. De moment magnitude wordt berekend uit het seismisch moment M0:
M0 = (oppervlak van de breuk ) x ( de verplaatsing langs de breuk) x
( schuif weerstand van het gesteente)
Het is een maat voor de energie die vrijkomt uit de bron van de aardbeving. De eenheid van M0 is Newton meter (Nm). Een wat ouderwetsere maat is dyne centimeter (dyne cm).
De moment magnitude is dan:
MW = 2/3 log M0 - 6,1
Deze magnitude zegt dus iets over wat er in de bron gebeurt en niet iets over de effecten daarvan op een bepaalde afstand. Deze magnitude verzadigd niet en wordt daarom vooral gebruikt bij hele grote aardbevingen (MS > 7,5).
Welke magnitude wordt wanneer gebruikt?
Welke van deze magnitudeschalen wordt nu gebruikt als er in het nieuws over een aardbeving wordt gesproken? Dat is elke keer verschillend en hangt af van de diepte van de aardbeving en op welke afstand hij gemeten is. Vaak wordt de magnitude gebruikt die door de locale seismologische dienst berekend is of die van de Amerikaanse seismologische dienst. De eerste is dan de lokale- of Richtermagnitude, de tweede de oppervlaktegolf of ruimtegolf magnitude (afhankelijk van de diepte van de aardbeving. Doordat er verschillende magnitudeschalen gebruikt worden kan het zijn dat de magnitudes net een beetje verschillen. Dit verschil kan een enkele keer zelfs een halve magnitude zijn.
Eerste uitgave:
12-01-04
Laatste wijziging:
02-06-10