Waterhoos op 11 juli bij Urk (Foto: Operationeel Verkeersmanagement Rijkwaterstaat IJsselmeergebied)
Een waterhoos verliest meestal zijn kracht zodra die boven land komt. Alleen in zeldzame gevallen behoudt de waterhoos voldoende kracht langs de kust ongelukken te veroorzaken en schade aan te richten.

Waterhozen komen vooral in de tweede helft van de zomer en het najaar voor maar soms ook eerder, wanneer het relatief warme zeewater de vorming van buien bevordert. Die buien ontstaan vooral in koude uit de poolstreken afkomstige lucht waarbij grote temperatuurverschillen optreden tussen het zeewater en de lucht daarboven. Jaarlijks worden voor onze kust en boven het IJsselmeer tientallen waterhozen gezien. Waarschijnlijk komen er in werkelijkheid meer voor, maar niet alle hozen worden opgemerkt. Op 17 augustus 1953 zijn boven het IJsselmeer in anderhalf uur tijd 18 waterhozen waargenomen.

Vooral wie zich op het water bevindt moet bedacht zijn op waterhozen. Het windveld is in de regel veel minder sterk dan bij windhozen, maar sterk genoeg om voorzichtigheid in acht te nemen. Afgezien van hozen gaan zware buien vaak vergezeld van windstoten en onweer.

Waterhozen komen zeer plaatselijk voor en houden meestal maar kort stand. Ze zijn moeilijk te voorspellen maar zodra ze gesignaleerd zijn wordt er door het KNMI voor gewaarschuwd en worden ze in de berichtgeving vermeld. Waterhozen leiden zelden tot ernstige problemen.