Nader Verklaard
Hoge- en lagedrukgebieden
2 april 2003 -
In een aantal weerberichten wordt ingegaan op hoge- en lagedrukgebieden. Een hogedrukgebied is een gebied waarin de luchtdruk, relatief ten opzichte van de omgeving, hoog is. Dit in tegenstelling tot een lagedrukgebied, waarin juist relatief lage barometerstanden worden gemeten.
Iedere eigenaar van een barometer weet dat stijgende luchtdruk een weersverbetering aankondigt, terwijl dalende druk tot een weersverslechtering leidt. In de praktijk zal dat echter niet altijd het geval zijn. In een gebied met hoge luchtdruk komt de atmosfeer wel tot rust, maar dat kan juist aanleiding geven tot de vorming van mist of lage bewolking. Zelfs een miezerige regen behoort in een hogedrukgebied tot de mogelijkheden.
Op de nadering van een lagedrukgebied, ook wel depressie genoemd, draait de wind vaak naar zuidelijke richtingen. Voor ons land betekent dat aanvoer van drogere en meestal ook warmere lucht. Het weer verbetert dus terwijl de luchtdruk daalt.
Pas wanneer de fronten van de depressie passeren, verslechtert het weer. Een front is een overgangsgebied naar een andere luchtsoort, bijvoorbeeld koudere lucht. In dat geval wordt ook wel gesproken van een koufront. De begrenzing van warmere lucht wordt een warmtefront genoemd.
De tegenstellingen in temperatuur, die in de omgeving van fronten voorkomen, kunnen aanleiding geven tot vorming van neerslag of buien. Achter een koufront kunnen sterke luchtdrukstijgingen voorkomen, waardoor de wind flink kan toenemen. Snelle luchtdrukveranderingen gaan vrijwel altijd gepaard met slecht weer. Het verband tussen luchtdruk en weer is echter niet zo simpel als de meeste barometers ons doen geloven.
Eerste uitgave:
02-04-03
Laatste wijziging:
02-04-03