Satellietmetingen van het windveld bij Nadine, die in september op de weerkaart verscheen, die vooral op de Azoren heftig weer opleverde en 23 dagen bleef bestaan (Bron: Eumetsat)
Een voormalige hurricane neemt echter wel veel energie en warmte mee en kan daarmee aan andere depressie voeden. Dat kan leiden tot veel neerslag en stormachtige winden, maar het weer kan ook heel anders worden. Blijven de restanten ten westen van Europa dan kunnen ze hier zorgen voor een sterke warme zuidelijke luchtstroming en wordt het warm (na)zomerweer. In de herfst levert dat soms een mooie periode op, eind september de oudewijvenzomer genaamd.

Zodra de depressie verder trekt en of zijn invloed in onze richting uitbreidt verslechtert het weer. De aanwezigheid of invloed van hurricanerestanten is vaak moeilijk vast te stellen. Vaak worden de restanten opgenomen in een gewone depressie, zoals deze week het geval is met de overblijfselen van hurricane Nadine. De ex-hurricane speelt een rol bij het onstuimige en buiige weer en de grote temperatuurwisselingen waar West-Europa deze week mee te maken heeft.

Tropische cyclonen of hurricanes met windsnelheden van soms 300 km/uur komen in Nederland niet voor. Een van de voorwaarden voor hun ontstaan zijn zeewatertemperaturen van 27 graden of meer. Die waarden worden bereikt bij de evenaar. In de Noordzee komt de watertemperatuur niet hoger dan zo’n 21 of 22 graden. Ook in het warmere klimaat van de toekomst is het onwaarschijnlijk dat zich hier tropische stormen zullen voordoen.

Tropische stormen, waaruit zich tropische cyclonen of hurricanes kunnen ontwikkelen, ontstaan in de late zomer en het najaar bij de evenaar boven de warme oceaan meestal ten westen van Afrika. In combinatie met sterke wind op grote hoogte kunnen de buienwolken verder groeien en hoogtes bereiken van zo’n 17 kilometer. In het centrum van de orkaan, ook wel het oog genoemd met een doorsnede van 15 tot 50 kilometer, is het vrijwel onbewolkt en waait het nauwelijks. Rond het oog vinden we een muur van buienwolken, waarbij het flink regent en hard waait. Aan het aardoppervlak tot zo’n 150 of 600 kilometer afstand van de buienmuur waaien winden van orkaankracht, windkracht 12. Meestal trekken deze orkanen eerst in westelijke richting en vormen ze een bedreiging voor de eilanden in het Caribisch gebied en de Amerikaanse oostkust. Boven land nemen ze snel in kracht af, maar veroorzaken ze veel regen en wind.