14 mei 2012 -
De in Ierland geboren schout bij nacht Sir Francis Beaufort (1774-1857) is bekend om zijn windschaal. Beaufort bedacht de schaal al in 1805. Tussen 1831 en 1835 werd de windschaal officieel gebruikt tijdens de Beagle-expeditie en was verplicht sinds 1838 op all Captains and Commanding Officers of Her Majesty's Ships and Vessels.
Schout bij nacht Sir Francis Beaufort (1774-1857) (Foto: Crown copyright)
Het had weinig gescheeld of de windschaal had niet bestaan. In 1795 was Beaufort als jonge officier bijna verdronken in de haven van Portsmouth. De bijna-dood ervaring daagde hem uit tot zijn latere prestaties, waaronder de uitwerking van de windschaal. Beaufort baseerde de windkracht op de hoeveelheid zeil die een groot schip kon voeren bij een zwakke bries, storm of orkaan. De winddruk werd uitgedrukt in kilogram per vierkante meter. De schaal geldt dus voor de druk van de wind. Beaufort was de eerste die orde in de chaos bracht: tot rond 1840 hanteerden zeelieden hun eigen aanduidingen voor de windkracht, die van vader op zoon werden overgeleverd.
In de jaren veertig van de 19e eeuw kreeg Beaufort bekendheid met zijn windschaal, maar het duurde het tot 1873 voor die internationaal aanvaard werd. Beaufort heeft dat zelf niet meer meegemaakt en geen weet gehad van het belang van zijn vondst. Tegenwoordig is de schaal van Beaufort een uitgebreide dertiendelige schaal met de gevolgen van wind op zee en boven land. Rond 1900 beschreef admiraal William Peterson de gevolgen van de wind boven zee, zoals korte kleine golven bij een zwakke wind van windkracht 2, hoge golven met zware schuimstrepen bij storm, windkracht negen en een lucht vol schuim en verwaaid zeewater bij orkaankracht 12.
In 1906 werd vastgesteld bij welke gemiddelde windsnelheid (gemiddeld over tien minuten) de twaalf zeetoestands-klassen behoren. Later zijn beschrijvingen toegevoegd van de gevolgen van de wind boven land. Zo kennen we tegenwoordig de schaal van Beaufort als een windschaal die aangeeft dat bij windkracht 5 bebladerde takken zwaaien en bij windkracht 8 twijgjes afbreken en lopen lastig is. Bij windkracht 10, een zware storm, worden bomen ontworteld en kracht 11, een zeer zware storm, leidt tot zware schade in steden en bossen.
Tegenwoordig bestaan er ook biologische windschalen voor de invloed van de wind op dieren en planten, uitgewerkt door de Engelse bioloog Lyall Watson. Bij windstilte bijvoorbeeld zijn alle vogels in de weer, maar bij windkracht 9 wagen alleen zwaluwen en eenden zich in de lucht en blijven insecten aan de grond. Vanaf windkracht 10 blijven alle vogels aan de grond.
Eerste uitgave:
04-10-01
Laatste wijziging:
14-05-12