Bij dichte mist is het zicht minder dan 200 meter, bij zeer dichte mist minder dan 50 meter (foto: Jannes Wiersema)
Stralingsmist vormt zich boven een weiland door uitstraling bij helder weer, waarbij na zonsondergang het aardoppervlak afkoelt. De koudere en zwaardere lucht stroomt op een enigszins hellend weiland in de richting van een sloot, waar door menging met vochtige lucht slootmist ontstaat. De plaatselijke mist breidt zich meestal snel uit, waardoor voor het verkeer verraderlijke mistbanken kunnen ontstaan.

Ook boven sneeuw kan bij lage temperaturen tegen zonsondergang stralingsmist ontstaan. Die mist kan zeer dicht worden en het zicht soms lokaal tot minder dan 10 meter beperken. Door aanvriezing van mist en bevriezing van natte weggedeelten kan het bovendien glad worden, zodat het voor het verkeer zeer gevaarlijk is. Ook bij invallende dooi vormt zich mist boven een sneeuwlaag, omdat de zachtere lucht dan over de koude sneeuw stroomt. De mist ontstaat bij aanvoer van de zachte lucht waarbij het ook behoorlijk waait. Weerkundigen noemen dat advectieve mist.

Mist ontstaat boven zee wanneer koude lucht over relatief warm zeewater stroomt of wanneer warme lucht in aanraking komt met een koude zee. Bij aanvoer van warme lucht uit Zuid-Europa kan zich boven de koude Noordzee een uitgestrekt mistgebied vormen, een situatie die zich soms in het voorjaar of het begin van de zomer voordoet. Als de aflandige zuidoostelijke of oostelijke wind niet sterk is gaat langs de kust in de loop van de middag een wind van zee waaien, zodat de mist landinwaarts drijft. Deze plotseling van zee opkomende mist, die uiterst onaangenaam is voor badgasten, wordt zeevlam genoemd. Dat is een oude benaming afkomstig van zeelieden die de mist in noordelijk gelegen arctische gebieden zagen onder het Noorderlicht. Ze dachten dat de zee in lichterlaaie stond en spraken ook wel van arctische zeerook.

Regenmist kan ook ontstaan als het regent uit warmere lucht die op enige hoogte in de atmosfeer wordt aangevoerd, terwijl het aan het aardoppervlak nog koud is. De warmere regen valt dan door de koude lucht waarin zich mist vormt. Regenmist ontstaat ook als na een hevige bui de zon doorbreekt en er weinig wind staat. In het felle zonlicht zien we dan de damp van straten en daken komen.

Om mist te vormen zijn condensatiekernen nodig, kleine vaste of vloeibare deeltjes waaraan het water zich kan hechten zodat druppeltjes ontstaan. Condensatiekernen kunnen ook zoutkristallen boven zee zijn of stof in de lucht. Dat stof kan ook afkomstig zijn van industrierook. Dat wordt ook wel industriële mist genoemd. Tijdens de jaarwisseling kunnen kruitdampen afkomstig van vuurwerk een extra zetje geven om mist te vormen of waar al mist was deze potdicht te maken.

Meer diepgang in Kenniscentrum
http://www.knmi.nl/cms/content/102325/mist