Het is niet eenvoudig aan te geven of zulke rampen samenhangen met het warmere klimaat. Sinds 1900 is de temperatuur op aarde ongeveer 0,7 graad gestegen. Dat is in verhouding tot de natuurlijke variatie van het klimaat nog te weinig om een verband te leggen met extreem grote neerslaghoeveelheden. Hoewel in de twintigste eeuw iets vaker veel neerslag viel komen dergelijke overstromingen nog te weinig voor om ze direct met het broeikaseffect in verband te kunnen brengen. Voor veel mensen is dat in strijd met de beeldvorming. Daarbij speelt een rol dat de beter georganiseerde media vandaag de dag veel meer aandacht besteden aan overstromingen en rampen. Vroeger zagen we er veel minder van. De andere kant van het verhaal is de grotere kwetsbaarheid van de samenleving waardoor weerextremen afhankelijk van maatregelen vaker tot een ramp kunnen leiden.

  In deze eeuw zullen de problemen alleen nog maar groter kunnen worden. Klimaatdeskundigen gaan uit van een verdere opwarming tussen 1 en 6 graden in 2100, veel meer dus dan in de vorige eeuw. Het meest waarschijnlijke gevolg is dat er vooral in de winter meer neerslag gaat vallen. In de zomer worden de buien intensiever maar neemt de totale hoeveelheid waarschijnlijk af. Ook de verdamping neemt toe. Waarschijnlijk zal een groter deel van de neerslag als regen vallen in plaats van sneeuw. Voor de kans op overstromingen zijn die scenario’s van het grootste belang. In ons land bereiken de rivieren ’s winters de hoogste stand al kan het water in de Maas ‘s zomers ook hoog staan. Door het broeikaseffect zal er in deze eeuw soms meer water door de Maas en de Rijn stromen. Voor de Rijn leidt dat in de winter waarschijnlijk tot een verhoogde kans op hoogwater. In de zomer neemt de kans op hoogwater juist af omdat er door de toenemende warmte meer water verdampt en minder smeltwater doorheen stroomt. Voor de rivieren in Midden Europa is minder duidelijk wat er met de kans op hoogwater gaat gebeuren. Nader onderzoek zal ons de komende jaren meer zekerheid kunnen bieden.

Met dank aan Rob van Dorland, klimaatonderzoeker KNMI