Ook op 14 en 15 april 1999 zijn in ons land grote sneeuwvlokken waargenomen van 5 cm doorsnee, waardoor een flinke sneeuwlaag ontstond. Vooral in Limburg viel veel sneeuw, op de Vaalserberg lag 15 cm. Veel takken braken af onder het gewicht van de sneeuw. Ook in 1998 viel er op 13 en 14 april sneeuw in Nederland, vooral in Den Haag en omgeving. In 2001 was Paaszaterdag (14 april) meer een winterdag: 's ochtends vroor het licht tot matig en in de namiddag en avond viel op uitgebreide schaal sneeuw, in het binnenland 1 tot 3 cm.

Heel uitzonderlijk was de sneeuwval op 11 april 1978. De bloeiende bolgewassen (narcissen en hyacinten) in het westen en noorden van ons land verdwenen die dag onder een dikke laag sneeuw. In het westen van het land sneeuwde het toen zo hevig dat het wegverkeer er veel hinder van ondervond en ook het treinverkeer grote vertragingen opliep. Op Schouwen-Duiveland en de Zuid-Hollandse eilanden groeide de sneeuwlaag op 11 april 1978 aan tot een dikte van 10 tot 20 cm en in Noord-Holland lag 's ochtends 10 tot 15 cm sneeuw. Friesland kreeg 10 tot 15 cm sneeuw; het duurde drie dagen voor alle sneeuw was gesmolten.

Bron: Baltus Zwart. De weersverwachting voor vandaag en morgen. Het Spectrum, 1985