Het standvastige hogedrukgebied blokkeert de weg voor oceaandepressies vanuit het westen, zodat die Europa niet bereiken. De dreiging van wolken en regen komt dan uit een andere hoek en wanneer het lagedrukgebied boven Midden-Europa zijn invloed in noordelijke richting uitbreidt neemt ook in ons land de kans op bewolking en regen toe. In Midden-Europa, de Alpen en het Middellandse Zeegebied is het weer dan heel slecht met overvloedig regen en sneeuw in de bergen.

De bewolking van het Midden-Europese lagedrukgebied bereikt dan eerst het zuidoosten en oosten van ons land. Vaak komt het gebied met wolken en neerslag net tot over het oosten van het land en blijft het in de westelijke helft van Nederland droog en vrij zonnig. Wanneer de depressie vanuit Midden-Europa verder noordwaarts tot Noord-Duitsland of de Oostzee opdringt kan het in ons hele land bewolkt worden of regenen.

De drukverschillen tussen het hogedrukgebied boven de Britse Eilanden en de depressie boven Duitsland worden dan groot, waardoor de noordenwind toeneemt. Onder invloed van het lagedrukgebied kan de wind tijdelijk naar noordwest draaien en kunnen wolkenvelden of buien uit het Noordzeegebied ons land binnendrijven. Door de sterke en veelal vlagerige wind, regen en kou is het dan guur weer.

Trekt de depressieactiviteit zich terug naar Midden- of Zuid-Europa en blijft de luchtdruk boven de Britse Eilanden hoog, dan komt ons land meer onder de gunstige invloed van het hogedrukgebied. Het blijft dan droog en fris maar het wordt in de regel ook zonnig. In de wind voelt de droge lucht schraal aan. De nachten zijn helder met mogelijk vorst aan de grond. Trekt het hogedrukgebied verder naar de Noordzee en het zuiden van Scandinaviƫ dan draait de wind naar noordoost of oost en kan het warmer worden.