23 april 2013 -
Toen wateropziener Nicolaus Cruquius in 1706 als eerste begon met weermetingen waren er al gegevens over wijn en graan. In tal van wijngebieden zijn sinds de 14e eeuw aantekeningen gemaakt van de oogst. Ook gegevens over de groei van tarwe en andere granen zijn vastgelegd, maar het verband met het weer is ingewikkeld. Zowel weinig als veel neerslag kan soms nadelig zijn maar in een ander seizoen juist niet.
De natuur in het zeer warme voorjaar van 2007 en de natuur na de veel koudere periode nu. Het verschil spreekt boekdelen (foto: Jacob Kuiper)
Toch zijn dergelijke afgeleide gegevens goed te gebruiken voor reconstructies van het klimaat in een ver verleden. Zo hangen variaties in de druiventeelt samen met veranderingen in het klimaat en vallen ze samen met periodes als de Kleine IJstijd. De grote doorbraak van de aardappel in de Lage Landen vond pas plaats na het barre jaar 1740 na een serie mislukte graanoogsten en voedseltekorten.
In combinatie met weermetingen, die sinds drie eeuwen beschikbaar zijn, is het mogelijk het klimaat van een millennium te reconstrueren al spelen vaak meer factoren een rol. Gegevens over gewassen worden gebruikt om natuurlijke variaties van het klimaat beter te leren kennen. Dat is van belang om de veranderingen van het klimaat in kaart te brengen.
Waarnemingen Cruquius in Rijnsburg en Delft, januari 1727 (Bron: Archief Hoogheemraadschap van Rijnland)
Meteoroloog Buys Ballot benadrukte in de 19e eeuw het belang om het weer te volgen voor de landbouw. Hij pleitte voor onderzoek naar de invloed van het klimaat op bladontwikkeling en bladval. Dankzij de waarnemingsreeksen kan worden vastgesteld dat de natuur tegenwoordig enkele weken eerder in bloei komt dan in vorige eeuwen.
De veranderingen in het voorjaar blijken ook uit drie eeuwen metingen. Vorig jaar was april weliswaar aan de koude kant en ook dit jaar is de maand koud, maar de laatste decennia leverden de warmste aprilmaanden ooit op. Aan top staan april 2011 en april 2007 met 13,1 graden tegen 8,3 graden gemiddeld over 1971-2000 en 9,2 graden gemiddeld over 1981-2010. April 1968 bood in Limburg recordtemperaturen van 32 graden.
De koudste april dateert uit 1771 met gemiddeld 4,3 graden. Ook in 1743 (4,9 graden) en het laatst in 1917 (4,6 graden) bleef het gemiddelde onder de 5 graden. Ondanks de hoge voorjaarstemperaturen kwam het de laatste jaren soms nog tot matige vorst.
Op 12 april 1986 werd in Deelen min 9,4 graden gemeten, het landelijk record in ruim honderd jaar. April 1986 was de laatste zeer koude april die met gemiddeld 6,2 graden een plek kreeg bij de tien koudste sinds 1901.
Neerslaggevens zijn er sinds halverwege de 19e eeuw. Extreem droog waren de aprilmaanden van 2007, 1883 en 1893, toen lokaal geen druppel viel.
Eerste uitgave:
17-05-05
Laatste wijziging:
23-04-13