De nieuwe Deventer Almanak
De almanak hoort tot de vroegste drukwerken en stamt uit de tijd van de uitvinding van de drukpers. De oudst bekende Nederlandse almanak stamt volgens de Koninklijke Bibliotheek uit 1476. De allervroegste kalenders zijn echter niet van Europese afkomst maar komen uit China waar ze in 877 werden gemaakt. De Chinezen noemden de almanak T’ung Shu, het boek der tienduizend dingen.

In Nederland leefde de belangstelling voor almanak vooral in de achttiende en negentiende eeuw op. Jaarlijks verschenen er tientallen vol informatie voor zakenmensen, gelovigen, boeren of gewoon voor de liefhebber. Meestal bevatten ze informatie over maanstanden, jaarmarkten, openingstijden, waterstanden en weersvoorspellingen.

De weersvoorspellingen in de tegenwoordige Enkhuizer almanak zijn gebaseerd op onderzoek van weeramateur Nell uit de eerste helft van de vorige eeuw. Hij was geen onbekende bij het KNMI en heeft diverse publicaties op zijn naam. Nell was weerkundig medewerker van de krant Het Vaderland. Hij maakte weerregels voor kampeerder, stedeling, boer- en buitenman, zoals hij zijn lezers noemde. Hij introduceerde de omkeerdagen, data waarop het weer grote kans maakt te veranderen of om te slaan.

Duitse meteorologen hebben daar later onderzoek naar gedaan. Zij introduceerden de singulariteiten. Dat zijn karakteristieke weersituaties die vrijwel ieder jaar rond een bepaalde datum optreden. Voorbeelden zijn de IJsheiligen rond 12 mei, de oudewijvenzomer rond 22 september en de kerstdepressie. Het doorgaans wisselvallige weer kent door het jaar heen inderdaad een bepaald verloop dat in de statistieken tot uiting komt. De soms abrupte veranderingen zijn echter niet aan vaste data gebonden. Opvallend is ook dat singulariteiten soms tientallen jaren bestaan om daarna geheel te verdwijnen of in een andere tijd van het jaar opduiken.