De oorzaak van de relatief grotere temperatuurtoename in ons land moet onder andere gezocht worden in een verandering van de overheersende windrichting. Zuidelijke en westelijke stromingen hebben de afgelopen herfst en winter sterk bijgedragen aan de warmte. Onderzoekers vragen zich af waardoor de wind uit een andere hoek is gaan waaien. Het windpatroon, ook wel atmosferische circulatie genoemd, vertoont van nature grote schommelingen. Waarschijnlijk heeft het versterkte broeikaseffect, waarin de mens een aandeel heeft, invloed op de wind. De mate waarin is echter nog niet duidelijk en zeker is dit dus niet.

De opwarming van de aarde is  ongelijkmatig verdeeld.  Grote landmassa’s, vooral Azië, warmen veel sneller op. De temperatuur boven de oceanen neemt juist  minder snel toe. In Rusland is de temperatuur sterk gestegen, terwijl bij Groenland  nauwelijks een opwarming meetbaar is.  Nederland ligt ongeveer halverwege en daar zal de opwarming waarschijnlijk ongeveer even hard gaan als wereldgemiddeld. Tenzij we te maken krijgen met grote veranderingen in de windrichting.  Als dat gebeurt kan de temperatuurstijging in ons land groter worden. 

Het KNMI heeft daarom voor deze eeuw twee groepen scenario’s gemaakt, met toekomstige klimaatveranderingen waarbij de wind uit dezelfde hoek blijft waaien en klimaatveranderingen waarbij de wind systematisch verandert van richting. Dat laatste scenario is het warmste. In De Bilt neemt dan het aantal zomerse dagen met een maximum temperatuur boven de 25  graden toe van 24 per jaar in het huidige klimaat tot 47 in de periode tot 2050. Praktisch een verdubbeling van het aantal dus, dat bijvoorbeeld het geval kan zijn als de wind vaker de oosthoek opzoekt. 

Echter ook in het meest gematigde scenario, waarin de wind niet van richting verandert is sprake van een toename van het aantal zomerdagen met 6 dagen per jaar. Het samenspel van hogere temperaturen en het frequenter optreden van periodes met oostenwinden toont in de zomerperiode een sterke toename van de kans op warmte.