Op het Russische weerstation Vostok in het zuidpoolgebied daalde de temperatuur in de nacht van 7 op 8 augustus 2005 tot min 85,4 graden. Daarmee was bijna het absolute kouderecord van de wereld bereikt. Ook dat staat op naam van Vostok, dat ligt op 3420 meter hoogte, 78,27 graden zuiderbreedte en 106,52 graden Oosterlengte. Op 21 juli 1983 werd hier min 89,2 graden gemeten, officieel het kouderecord van de wereld.

Vostok is ook gemiddeld een bijzonder koud weerstation. Het gemiddelde over een hele maand kwam hier ooit uit op min 55,1 graden. Het op één na koudste weerstation van de wereld is Oimjakon (740 meter ) in Oost-Siberië. In februari 1964 koelde het op deze plek midden in de bergen af tot min 71,1 graden.

Op het noordelijk halfrond dus ook in Europa worden de laagste temperaturen tussen december en februari gemeten, wanneer het hier winter is. In het uiterste noorden van Rusland vriest het dan vaak de hele dag meer dan 40 graden. Het absolute kouderecord op Europees grondgebied is min 55 graden op 29 december 1978 in Koinas in het noorden van Rusland. In de historie van Scandinavië is de laagste temperatuur min 53,5 graden, gemeten in december 1941 in het noorden van Zweden.

Dichter bij huis in het Alpengebied en de Pyreneeën worden ’s winters op beschutte plaatsen soms ook temperaturen gemeten van meer dan 30 graden onder nul. Op de bergtoppen van de Zwitserse Säntis en de Pic du Midi in Frankrijk wijzen de thermometers soms dagen achtereen rond min 30 graden aan. In het plaatsje Hüll in Duitsland is op 12 februari 1979 min 37,8 graden gemeten.

Eén van de koudste plaatsen in de Alpen is La Brévine (1036 meter hoogte), iets ten westen van het Meer van Neûchatel in Zwitserland. In januari 1985 werd hier min 41,5 graden gemeten. Twee jaar later, op 12 januari 1987 is hier het record geboekt met een minimum van min 41,8 graden.