10 april 2013 -
De gemiddelde temperatuur over de eerste drie weken van april ligt met ongeveer 7 graden ruim twee graden onder het langjarig gemiddelde van de maand. Normaal bedraagt de gemiddelde temperatuur over april 9,2 graden.
April doet wat hij wil en levert soms winterse buien op met hagel en onweer (foto: Jannes Wiersema)
In de volksmond staat april bekend om zijn grillige weer: april doet wat hij wil. Het gebeurt vaak dat de eerste warme voorjaarsperiode wordt gevolgd door een serie koude dagen. Zo'n koude voorjaarsperiode kan een paar weken aanhouden, zoals in 1970 toen de etmaaltemperatuur gemiddeld over de eerste tien dagen van april maar twee graden bedroeg.
Tijdens buien met hagel of sneeuw daalt de temperatuur ook overdag nog tot dichtbij het vriespunt. In de eerste helft van april zijn in de afgelopen ruim honderd jaar in ons land middagtemperaturen gemeten van amper 2 graden. Aan het einde van de maand kan de temperatuur onder extreme omstandigheden de hele dag onder de 5 graden blijven. Normaal (gemiddeld over tijdvak 1981-2010) loopt de middagtemperatuur in het binnenland op van ongeveer 11 graden in het begin van de maand tot circa 15 graden eind april. Aan de kust is het onder invloed van het koude zeewater gewoonlijk een paar graden kouder.
's Nachts is lichte vorst zeker landinwaarts heel gewoon. Normaal telt april in het binnenland zes vorstdagen, maar soms komt de temperatuur nog op 15 dagen onder nul. Onder extreme omstandigheden kan in april het nog matig vriezen. Zo zijn de eerste drie dagen van april 1996 op de vliegbasis Twenthe temperaturen gemeten tussen min 5 en min 9 graden. Op 12 april 1986 werd in Deelen het aprilrecord van min 9,4 graden gemeten, op 21 april 1991 noteerde Heino min 7,9 graden, op 8 en 9 april 2003 registreerde Twenthe min 7,9 en min 7,2 graden.
Vlak boven boven de grond vriest het in de regel nog enkele graden meer. Vorst aan de grond (op 10 centimeter hoogte) wordt in april gewoonlijk op ongeveer 11 dagen waargenomen, maar in een zeer koude april kan er in het binnenland op 20 tot 25 dagen vorst aan de grond voorkomen.
In de koude lucht die uit de poolstreken naar ons land wordt aangevoerd, is het vooral tijdens buien guur weer. Hagel, sneeuw en onweer zijn dan geen uitzondering. Na de winterse buien kan het door neerslag en bevriezing plotseling glad worden. Flinke sneeuwbuien laten ook in april nog wel eens een paar centimeter sneeuw achter.
Op 11 april 1978 verdwenen de bloeiende gewassen in het westen en noorden van ons land onder een voor april unieke sneeuwlaag van 10 tot 20 centimeter dikte. De dag daarop lag er nog veel sneeuw en 12 april is dan ook de laatste datum in het seizoen waar op er nog in een groot deel van het land sneeuw lag. Sneeuw in april lag er in ons land ook op uitgebreide schaal (meer dan honderd neerslagstations) op 3 april 1968 en op 2 en 8 april 1970.
Eerste uitgave:
13-04-03
Laatste wijziging:
10-04-13