De vier seizoenen (bron: Eumetsat)
De astronomische seizoensindeling is gebaseerd op de positie van de aarde ten opzichte van de zon. De seizoensverschillen vinden hun oorzaak in de schuine stand van de as waar de aarde om draait. Hierdoor komt de zon op het Noordelijk Halfrond in de zomer hoger boven de horizon dan in de winter en schijnt de zon in de zomer langer dan in andere jaargetijden.

In Noord-Europa is het daardoor in deze tijd langer licht dan in Zuid-Europa. Bij de Poolcirkel gaat de zon deze dagen zelfs helemaal niet onder, waardoor een deel van Scandinavië de Middernachtzon beleeft.

Om praktische redenen en volgens internationale afspraak gebruiken de weerkundigen voor het berekenen van klimatologische gemiddelden een andere seizoensindeling. De Societas Meteorologica Palatina besloot in 1780 om steeds drie opeenvolgende kalendermaanden als één seizoen te beschouwen. De Societas, onder leiding van de invloedrijke Duitse keurvorst Karl Theodor, was een van de eerste internationale weerorganisaties.

Volgens de klimatologische indeling is de zomer al op 1 juni begonnen en duurt het seizoen tot met 31 augustus. Voor andere berekeningen wordt ook de warmte in voor- en nazomer, in de maanden mei en september meegerekend.