Daarnaast is de afkalving aan de randen van de Groenlandse en de West-Antarctische ijskap de laatste jaren sterk toegenomen. Als dat doorzet, stijgt de zeespiegel in de 21e eeuw met nog 10 tot 20 centimeter extra. Op dit moment is niet in te schatten of de trend door zal zetten. Het KNMI verwacht langs de Nederlandse een grotere stijging van 35 tot maximaal 85 cm omdat regionale effecten er een schepje bovenop kunnen doen.

Het waarom van de zeespiegelstijging bij oplopende temperatuur ligt in de uitzetting van zeewater, het smelten van gletsjers en kleine ijskappen en het gestaag slinken van de grote ijskappen op Groenland en Antarctica. Ook de snelle afkalving aan de randen van de Groenlandse en de West-Antarctische ijskap draagt bij aan zeespiegelstijging.

Door de trage reactie van oceanen en ijskappen zal de zeespiegelstijging nog eeuwen doorgaan, zelfs als de temperatuur na 2100 niet meer zou stijgen. Alleen al door uitzetting van het zeewater zal het zeeniveau in het jaar 2300 ongeveer 30 tot 80 centimeter hoger liggen dan in de 20e eeuw. De Groenlandse ijskap zal in dit warmere klimaat blijven slinken en dus bijdragen aan zeespiegelstijging. Onderzoek met computerberekeningen suggereert dat bij een aanhoudende gematigde stijging van de temperatuur de ijskap in enkele duizenden jaren vrijwel geheel verdwijnt. De ijskap van de Zuidpool blijft volgens die studies echter zó koud dat het oppervlak nauwelijks smelt. De hoeveelheid sneeuw op Antarctica zal waarschijnlijk toenemen. Of de ijskap de komende eeuwen netto gaat groeien hangt af van de snelheid van de afkalving aan de randen.

De verwachte extra stijging voor de Nederlandse kust houdt verband met de Warme Golfstroom die leidt tot extra uitzetting van water in het noordoosten van de Atlantische Oceaan. In het noorden brengt de Warme Golfstroom water van het zeeoppervlak naar de diepte. Zodoende warmt daar niet alleen het zeewater aan het oppervlak op, maar ook op grotere diepte. Het gevolg is meer uitzetting van zeewater in het noorden dan in de tropen en subtropen. Belangrijk voor ons land is ook de bijdrage door afkalving aan de randen van de Groenlandse en West-Antarctische ijskap, die de laatste jaren steeds groter is geworden. In de klimaatscenario’s van het KNMI is deze bijdrage ook meegenomen.