Afsluitdijk (Wikipedia)
De Zuiderzee maakte ons land veel kwetsbaarder voor storm. Vooral voor stormen uit het noordwesten waarbij het water flink wordt opgestuwd, maar ook bij zuidwesterstorm waren er problemen onder meer bij Lemmer. Er volgde een reeks van tientallen typische Zuiderzeevloeden, waarbij alle lage kustgebieden gevaar liepen. Berucht is de Allerheiligenvloed van 1 november 1570, die aan zeker twintigduizend mensen het leven kostte en de stormramp van 4 februari 1825 waarbij honderden mensen om het leven kwamen.

Van groot belang was de zware noordwesterstorm die op 13 en 14 januari 1916 woedde. Het was al dagen lang stormachtig geweest zodat het water al flink was opgestuwd, toen deze storm volgde. Geruime tijd beukte de wind met kracht 10 en windstoten van ruim 150 km/uur op onze kust waardoor enorme massa’s zeewater via de Wadden het Zuiderzeebekken werden ingejaagd. Vooral Waterland en Marken moesten het ontgelden en ook het Eemgebied bij Amersfoort en delen van Rotterdam liepen onder.

De Zuiderzeeramp van 1916 heeft uiteindelijk de doorslag gegeven tot uitvoering van de reeds lang gekoesterde wens om ter bescherming tegen stormen en overstromingen de Zuiderzee af te sluiten en het land in te polderen. Cornelis Lely (1854-1929), Minister van waterstaat en adviseur van de Zuiderzeevereniging, had zijn plannen al eind negentiende eeuw afgerond. Begin twintigste eeuw kwam er groen licht voor het uitvoeren van de plannen maar het uitbreken de eerste Wereldoorlog in 1914 deed alles weer in de ijskast belanden. Tot de stormvloed van 1916 het tij keerde en men in 1920 kon beginnen met de aanleg van de Afsluitdijk. Op zaterdag 28 mei 1932 werd de 32 kilometer lange dijk, die Noord-Holland met Friesland verbindt, officieel in gebruik genomen. Die dag bood aangenaam weer met veel zon en een matige zuidwester.