Nader Verklaard
Weercijfers voor de kwaliteit van het weer per regio
16 mei 2012 -
Er bestaan verschillende methodes om de kwaliteit van het weer aan te geven. De weeramateurs introduceerden midden jaren zeventig "het weercijfer", een eenvoudige methode om met behulp van één cijfer de kwaliteit van het weer te beschrijven.
Het weercijfer geeft een beeld van de regionale kwaliteit van het weer (Bron: (WeerOnline.nl))
Het HIRLAM-weermodel biedt mogelijkheden om aan de hand van berekende weercijfers de verwachte kwaliteit van het weer per regio aan te geven. Het grote voordeel is dat in één oogopslag duidelijk is waar in ons land het weer iets minder of juist beter wordt. De HIRLAM berekeningen van het weercijfer worden door het KNMI op experientele basis gemaakt en zijn te vinden op de website. Weeronline past het toe in zijn dagelijkse weerberichten.
Jonge Onderzoekers
Het idee om de kwaliteit van het weer in een cijfer samen te vatten was afkomstig van de Belgische weerprofessor Hugo Poppe. Op basis van zijn methode, die uitging van vijf cijfers, is de Nederlandse variant is ontwikkeld waarbij een rapportcijfer tussen 0 en 10 wordt gegeven. Op de landelijke wedstrijd voor Jonge Onderzoekers Nederland in 1976 werd aan de weeramateurs de eerste prijs toegekend voor deze methode. De in 1992 overleden weerman Jan Pelleboer heeft dergelijke cijfers een aantal jaren gebruikt in zijn weerberichten, maar maakte naar eigen zeggen geen berekeningen en bepaalde het getal intuïtief.
Rekenmethode
De methode van de Nederlandse weeramateurs is simpel. Het weercijfer tussen 0 en 10 wordt bepaald uit het weer overdag, tussen 7 en 19 uur. Een droge dag met nauwelijks bewolking of mist en weinig wind krijgt een 10. Afhankelijk van de hoeveelheid wolken worden 1 tot 3 punten in mindering gebracht. Is het mistig dan kost dat, afhankelijk van de duur 1 of 2 punten. Voor de regen telt het aantal uurvakken met neerslag, dus ook alleen de duur. Zijn er tussen 7 en 19 uur twee uurvakken met regen dan kost dat 1 punt, maar regent het in 11 of 12 uurvakken dan kost dat 4 punten. Een zwakke wind kost geen punten, maar een matige wind van windkracht 3 gedurende minstens 3 uur kost 1 punt. De temperatuur speelt geen rol, zodat het weercijfer objectief is en ook koude mooie dagen gunstig scoren. Langdurige regen overdag en veel wind leveren altijd een lage score. Weeramateur Ton van Gelder schreef een envoudig programma (50 KB) om zelf weercijfers te berekenen, dat op de VWK site is te vinden.
Weeramateurs in het hele land delen al dertig jaar weercijfers uit en ook is reconstructie gemaakt voor de 20e eeuw. Het hoogst scoorden augustus 1947 en mei 1989 met een gemiddelde van 8,0. Van de seizoenen staan de zomers van 1947 en 1976 bovenaan met een gemiddelde van 7,4. Veel maanden na 1988 hadden een hoge score, maar gemiddeld over de hele eeuw was het weercijfer met 6,0 vrij constant met een iets betere score in de zomer dan in de winter. De maanden december waren het slechtst met in december 1974 een gemiddeld weercijfer 4,3. Ook het fraaie weer in februari en maart 2003 komt goed tot uiting in de weercijfers. Februari leverde gemiddeld over het land liefst 12 dagen op met weercijfer 9 of 10.
Kwaliteit van het weer
Om de klimatologische kwaliteit van het weer te beschrijven houdt het KNMI het aantal dagen bij met mooi weer, de zogenoemde ADS (above normal, dry, sunny). Dat zijn dagen met een gemiddelde temperatuur boven normaal (gemiddeld over 1961-1990), hooguit 0,2 mm neerslag en een zonpercentage van 50% of meer.
De periode mei-september telt gemiddeld 26 ADS-dagen, maar er gaan maanden voorbij met geen enkele mooie dag. Dieptepunt was 1962 met tussen mei en september maar 4 ADS dagen; augustus 1995 telde er 21. Uitblinker was 1947: augustus met 24 mooie dagen en tussen mei en september liep het aantal op tot 77. Van de verschillende maanden komt juli er het best uit met gemiddeld 6,0 ADS-dagen, mei (5,7), juni (5,4), augustus (5,6) en september (3,4).
Eerste uitgave:
08-04-03
Laatste wijziging:
16-05-12