De herfst kan nog mooi nazomerweer bieden (foto: Jannes Wiersema)
Op de Noordpool begint dan de poolnacht, hoewel het nog een zeker twee weken duurt voor het daar werkelijk de hele dag donker blijft. Ook dan is nog geen sprak van totale duisternis. De echte poolnacht waarbij het aardedonker is duurt slechts drie maanden.

In ons land worden de dagen de komende maanden geleidelijk korter tot de kortste dag (20, 21 of 22 december) wanneer de zon nog maar 7 uur en 44 minuten boven de horizon staat. Door de kortere dagen levert de zon minder warmte, maar toch kunnen midden oktober nog temperaturen tussen 25 en 30 graden gemeten worden. Gemiddeld daalt de middagtemperatuur van 17 graden aan het begin van het seizoen tot 6 graden aan het eind. Wanneer de astronomische winter begint, enkele dagen voor Kerst, kan het in ons land 20 graden vriezen. Overgangsseizoenen kennen grote contrasten: een zonnige zomerse dag met meer dan 25 graden kan beginnen met dichte mist en temperaturen net boven nul.

Landelijk telt de meteorologische herfst (september, oktober en november) gemiddeld (over het tijdvak 1981-2010) zes vorstdagen en één dag met meer dan vijf graden vorst. De maximumtemperatuur komt gewoonlijk op 42 dagen boven de 15 graden, waarvan 11 dagen boven de 20 graden en 2 dagen boven de 25 graden. De zon schijnt in de drie herfstmaanden 315,6 uur: september neemt 141,4 uur voor zijn rekening, oktober 111,9, en november nog maar 62,3. Zonnige dagen beginnen vaak met mist. De herfst telt 21 mistdagen, de winter 22 en het voorjaar telt er maar 13. Gemiddeld regent het op 60 dagen en valt op 3 dagen sneeuw. De herfst is in ons land het natste seizoen met landelijk 231,3 mm neerslag (in 183 uur) tegen 162,4 mm (in 151 uur) in het voorjaar. De winter levert minder neerslag op, gemiddeld 198,4 mm maar het regent langduriger, zo’n 208 uur.

De herfst staat vooral bekend om zijn stormen. Oorzaak van de levendige depressieactiviteit zijn de grotere tegenstellingen in temperatuur op het noordelijk halfrond. Toch is het najaar niet het seizoen met de meeste wind. In de winter en het voorjaar kan het ook hevig stormen en het aantal dagen met windkracht 6 of meer is ’s winters zelfs veel groter dan in de herfst. De herfst telt gewoonlijk negen dagen met een krachtige wind tegen 16 dagen in de winter. De winter neemt ook de zwaarste stormen van de laatste kwart eeuw voor rekening.