Nader Verklaard
Zomer in Zwitserland
18 februari 2006 -
Ook Zwitserland heeft in 2003 een extreem warme zomer achter de rug. De maand juni 2003 was in Zwitserland met gemiddelden van 6,5 tot 7,5 graden boven normaal de warmste ooit en ook juli en augustus waren extreem warm. In Grono in Graubünden liep de temperatuur op 11 augustus op tot 41,5 graden. Het vorig record was 39,0 graden in Basel op 2 juli 1952. De gemiddelde temperatuur over juni, juli en augustus was in Genève 23,5 graden tegen 18,1 normaal. Sinds het begin van de metingen in 1753 is de zomer in Zwitserland nog nooit zo warm geweest. De vorige records uit de zomer van 1947 en 1994 zijn zelfs met 2 tot 2,5 graden overtroffen en juni was op veel plaasten 6,5 tot 7,5 graden warmer dan normaal. (tabel). Lugano telde in drie maanden 90 zomerse dagen (warmer dan 25 graden) en 56 tropische dagen (warmer dan 30 graden), wat twee keer zoveel is as normaal.
Volgens Zwitserse onderzoekers is de zomer van 2003 vergelijkbaar met die van 1540, toen het warme zomerweer al in maart begon. Historisch geograaf Jan Buisman, die een serie publicaties uitbrengt over het klimaat in de Lage landen, noemt 1540 het Zonnejaar.
Zomerklimaat in Zwitserland
De enorme diversiteit van het Zwitserse landschap met vlaktes, bergen van meer dan 4000 meter hoogte, meren en gletschers leidt tot grote verschillen in weer en klimaat. Zeker in de bergen kan het weer ook snel veranderen: de verschillen zijn groot: terwijl in het ene dal de zon schijnt kan het aan de andere kant van de berg regenen. De Alpen markeren vaak de grens tussen koeler weer uit Noord-Europa en warmte uit de Middellandse Zee.
Toch kent het grootste deel van het land een gematigd vochtig klimaat met warme zomers. Het vlakke deel in Centraal Zwitserland tussen het meer van Genève in het westen en het Bodenmeer in het noorden is vooral hartje zomer onweersrijk, maar de zon is er ook vaak te zien. In Genève (405 meter) schijnt de zon 's zomers gemiddeld 7 tot 8 uur per dag, Sion 8 à 9 uur, Lugano 6 à 7 uur tegen 5 uur in Davos (1600 meter). Rond bergtoppen vormen zich in de loop van de dag wolken waardoor de zon daar minder uren maakt dan in de dalen. De beste tijd voor bergwandelingen is daarom de ochtend. Dan is het ook nog niet zo warm is en is de buienkans het kleinst.
De middagtemperatuur ligt in Zürich (495 meter) in juli bij 23 graden tegen 18 graden in het hoger gelegen Davos. Het warmst is in het zuiden rond het meer van Lugano waar in juli en augustus een gemiddelde van 25 tot 27 graden normaal is. Het kan echter veel warmer worden: het warmst was 11 augustus 2003 toen Grono in Graubünden 41,5 graden noteerde. Verkoeling is dan op grotere hoogte te vinden: op de Säntis (2500 meter) is het 's zomers 's middags vaak slechts 8 graden en 's nachts kan het vriezen. Bij Lugano blijft het met een gemiddeld minimum van 15 tot 17 graden 's avonds warm. In het laagland in het noorden zijn minima van 10 tot 12 graden normaal.
Zwitserland is natter dan ons land. In het westen en noorden valt in de drie zomermaanden 300 tot 400 mm. Nog meer krijgt het warmere zuiden waar het door stuwing tegen de Alpen langdurig kan regenen. Locarno heeft 's zomers bijna 600 mm, maar dat kan ook in een paar dagen vallen. Het natst zijn de bergen: de Säntis vangt 's zomers 1000 mm, meer dus dan de 800 mm die Nederland in een jaar krijgt.
Ook de wind is belangrijk: door de reliëf verschillen kunnen richting en snelheid regionaal en verspreid over de dag sterk variëren. De winden hebben namen, zoals de warme Sudois uit het zuidoosten, de Franc-ouest (westenwind), de koude Bise of Noroît (noordwester, vergelijkbaar met de Mistral), de Nordföhn (noord) en de bekende warme föhn (zuidenwind). Gemiddeld is de wind zwak tot matig maar tijdens onweersbuien zijn vlagen van meer dan 100 km/uur in het laagland en meer dan 200 km/uur in de bergen geen uitzondering.
Bron: Le Climat. Statistique suisse de l'environment No'7. Office fédéral de la statistique. Bern, 1997
Bereinigte Zeitreihen. Die Ergebnisse des Projekts KLIMA90. Klimatologie 1961-1990, Heft 2, Band 1 von 4. Schweizerischen Meteorologischen Anstalt, Zürich, 1996.
Bouet, Max. Climat et météorologie de la Suisse Romande. Payot Lausanne, 1972.
Saisons & Climat, le guide du voyageurs, Paris, 1984.
Heisseste Monat seit Menschengedenken. Meteo Schweiz, Neue Züricher Zeitung. 8 juli 2003.
Eerste uitgave:
25-09-03
Laatste wijziging:
18-02-06