Hittewaarschuwingen waren er vooral in de zomer van 2007, in Griekenland een van de warmste in de geschiedenis. In juni werd al herhaalelijk 40 tot 45 graden gemeten en daarna bleef de hitte maar doorgaan. Ook in 2000 was het in Griekenland uitzonderlijk heet. Het landinwaarts gelegen Larissa noteerde op 5 juli 45,4 graden, het record voor deze plaats. Ook Thessaloniki boekte met 42,6 graden een record. De warmste dag die Griekenland ooit beleefde was 10 juli 1977 toen de temperatuur in Elefsis opliep tot 48,0 graden. Voor Athene staat het warmterecord op 42,6 graden.

Tijdens een hittegolf komt de temperatuur in Griekenland ook 's nachts soms niet onder de 30 graden. Het eiland Kythira noteerde op 25 juni 2007 zelfs een minimumtemperatuur van 36 graden. Warm is het zeker wanneer de sirocco waait, een zuidenwind met lucht uit de Sahara. Het door zee omringde Griekenland en de eilanden kennen veel lokale winden, die van oudsher eigen namen hebben. Tot de warme winden hoort ook de Euros, een oostenwind met zwoele lucht. De Skiron is een warme noordwester, Zephyrus een warme westenwind, Lips, een krachtige zuidwester en Notus, een zwoele zuidenwind. De Aura en Mbatis zijn avondwinden, terwijl de Etesian 's zomers overdag wat verkoeling brengt. Ook de Meltemi, een noordenwind over de Egeïsche Zee zorgt voor afkoeling.

Vooral de wind zorgt op de eilanden voor een aangenamer klimaat dan het binnenland. De noordelijke kust van Kreta kan zelfs in de zomer soms bewolkt en relatief koel zijn door wind uit de Egeïsche Zee. De bergrug in het binnenland kan daar zelfs aanleiding geven tot lichte regen, maar veel is dat niet. De zomer is in heel Griekenland zeer droog en zonnig en de kans is groot dat er in een zomervakantie geen druppel valt. De zon schijnt gemiddeld 12 uur per dag, twee keer zo lang als in ons land. Op Kreta schijnt de zon jaarlijks zo'n 2800 uur waarvan de zomermaanden er elk zo'n 350 voor rekening nemen. Rhodos in de zuidoostelijke hoek van de Egeïsche Zee is nog zonniger en daarmee het zonnigste eiland.