De rookpluim van de Etna op 28 oktober 2002 gezien door de Medium Resolution Imaging Spectrometer (MERIS) aan boord van ESA's Envisat satelliet
Ook in de tweede helft van juli 2001 was de Etna op Sicilië, de grootste en actiefste vulkaan van Europa, na negen jaar weer bijzonder actief. Vanuit zes openingen spuwde de vulkaan lava en rookwolken en er deden zich steeds weer nieuwe flinke uitbarstingen voor. Italiaanse vulkanologen spreken van de grootste uitbarstingen in honderd jaar. Het vulkaanstof kwam volgens satellietbeelden tot ongeveer 3 kilometer hoogte in de atmosfeer. Een wereldwijde verspreiding van dit vulkaanstof is daardoor uitgesloten.De afdeling Seismologie van het KNMI heeft met het meetsysteem voor detectie van laagfrequente geluidsgolven in de atmosfeer op de vliegbasis Deelen het infrageluid gemeten van uitbarstingen van de vulkaan Etna. De volgens seismoloog Läslo Evers unieke registratie vond plaats op 29 juli 2001 toen de Etna ook zeer actief was en verschillende uitbarstingen en gasexplosies plaatsvonden. Grote explosies waaronder vulkaanuitbarstingen genereren laag frequent geluid. Frequenties lager dan 20 Hertz zijn onhoorboor en worden daarom infrageluid genoemd. Het KNMI beschikt op de vliegbasis Deelen over een netwerk van microbarografen voor registratie van infrageluid. De metingen worden gebruikt voor onderzoek van knallen afkomstig van vliegtuigen die sneller vliegen dan het geluid, maar het systeem legt ook andere explosies vast, zoals op 13 mei 2000 de geluidsgolven de vuurwerkramp Enschede en recent dus de uitbarstingen van de Etna.

Het KNMI verricht geen onderzoek naar vulkanen. Nederlandse vulkaandeskundigen zijn te vinden bij het Instituut voor Aardwetenschappen van de Universiteit van Utrecht en bij Aardwetenschappen op de Vrije Universiteit, Amsterdam.