Overzicht KNMI thermometerhutten door de jaren heen*
Op meteorologische stations wordt de temperatuur van de lucht volgens internationale afspraak gemeten in graden Celsius op een hoogte van anderhalve meter boven een open grasvlakte. De thermometer of de sensor, waarmee de temperatuur wordt waargenomen, staat in een wit kastje met wanden die de vorm hebben van een open jaloezie. Daardoor heeft de wind vrij spel, maar zon en neerslag kunnen niet tot de instrumenten doordringen.

De temperatuur die op deze wijze wordt gemeten wordt ook in de weerberichten gegeven. In een stedelijke omgeving kan de temperatuur vooral door de bebouwing en bestrating afwijken. Zo zal het daar in de regel warmer zijn dan op het platteland. Vooral op heldere avonden met weinig wind, wanneer het boven een grasvlakte sterk afkoelt, kunnen de temperatuurverschillen met de binnenstad groot worden. Ook in de buurt van wateroppervlakten, bossen, heide en zandvlakten kan het temperatuurverloop anders zijn dan bij een weiland.

De temperatuur neemt over het algemeen af met de hoogte. Bij droge lucht is de afname ongeveer 1 graad per honderd meter, bij vochtige lucht is dat ongeveer 0,6 graden. Na of aan het eind van een heldere nacht met weinig wind kan de temperatuur tot een bepaalde hoogte ook toenemen met de hoogte. Dit heet een ‘inversie’, de hoogte tot waar de temperatuur afneemt de ‘inversiehoogte’.

*Toelichting foto
Overzicht van de thermometerhutten: (a) KNMI schotelhut (huidige hut), (b) Vaisala schotelhut, (c) Young Gill schotelhut, (d) Young kunstmatig geventileerd (type I en type II), (e) Socrima schotelhut, (f) PVC Stevenson hut en (g) houten Stevenson hut. Van de hutten (a) en (f) is zowel een kunstmatig als een natuurlijk geventileerde versie gebruikt.