Eerste ijs op het Schildmeer in decemberwinter van 2012 (foto: Jannes Wiersema)
Vooral onder een heldere hemel kan de temperatuur door uitstraling sterk dalen. Verspreid over het land kan dat grote verschillen in temperatuur opleveren. Heel lokaal kan de afkoeling groter zijn dan op andere plaatsen in de buurt.

Als er sneeuw ligt is de uitstraling nog groter en zal het onder een onbewolkte hemel meestal nog sterker afkoelen. Dat komt omdat sneeuw en vooral verse sneeuw veel lucht bevat dat sterk isoleert. Daardoor kan het verschil in temperatuur tussen het bovenste laagje en de onderste sneeuw heel groot worden. De bovenste centimeters zijn het koudst, dieper in de sneeuw loopt de temperatuur op tot nul bij de aarde.

Onderscheid wordt gemaakt tussen lichte vorst (min 0,1/min 5,0 graden), matige vorst (min 5.1/min 10,0 graden), strenge vorst (min 10,1/min 15.0 graden) en zeer strenge vorst (min 15,1 graden of lager).

Een dag waarop het vriest (minimumtemperatuur onder nul) wordt een vorstdag genoemd. Blijft de temperatuur het hele etmaal onder nul en ligt ook de maximumtemperatuur onder het vriespunt dan is dat een ijsdag.

In een normale meteorologische winter (over de maanden december, januari en februari) loopt het aantal vorstdagen uiteen van 20 in Vlissingen tot 42 in Eelde. In De Bilt telt een doorsneewinter 38 vorstdagen, 11 dagen met matige vorst en zeven ijsdagen. Het aantal dagen met de hele dag vorst varieert landelijk vijf ijsdagen in Vlissingen tot 11 ijsdagen in Eelde. In strenge winters blijft het soms weken achtereen zonder onderbreking vriezen.

Vorsttermen in het weerbericht op anderhalve meter hoogte
Benaming Temperatuur
temperatuur rond het vriespunt min 2 tot plus 2 graden
lichte vorst min 1 tot min 5 graden
matige vorst min 5 tot min 10 graden
strenge vorst min 10 tot min 15 graden
zeer strenge vorst min 15 graden en lager