Nader Verklaard
Seismische stations in Nederland
1 april 2004 -
De installatie van een boorgatseismometer.
Met de installatie van seismografen in de Bilt in 1904 maakt het KNMI deel uit van de groep van instituten in de wereld die al in een vroeg stadium met seismografen aardbevingen registreerden. Hiermee begon in Nederland de instrumentele seismologie. Seismologische waarnemingen vormen niet alleen de basis van onze inzichten in aardbevingen, maar ook van de opbouw van de aarde als geheel. De eerste seismografen waren groot en gevoelig voor temperatuur schommelingen, zodat een apart onderkomen noodzakelijk was. In 1908 is het seismisch paviljoen in de Bilt voor dit doel gebouwd. In dit paviljoen zijn verschillende instrumenten operationeel geweest. Seismische signalen werden aanvankelijk geregistreerd op beroet papier, later op fotografisch papier. In de jaren vijftig werden instrumenten verbeterd door toepassing van elektronica. Tegenwoordig is digitale registratie in gebruik en heeft verdere instrumentontwikkeling geleid tot een breedbandseismometer, waarmee het totale golfspectrum van de aardbevingstrillingen wordt geregistreerd.
Seismische stations aan het aardoppervlak
Het KNMI heeft voornamelijk in het Zuiden en het Oosten van Nederland seismografen opgesteld. De reden hiervoor is dat de natuurlijke seismiciteit in Nederland voornamelijk plaats vindt in de provincies Limburg en Brabant. Tevens is op sommige plekken in dit deel van Nederland de bodemruis laag. Voor een betere verspreiding van stations in Nederland is ook een station in Drenthe opgenomen (WIT). Signalen van drie stations (HGN, WTS en WIT) worden via telefoonverbindingen direct naar de Bilt gezonden. De overige stations (VKB, RDC, OPL) zijn opbelbaar.
Netwerk van boorgatstations
Sinds 1986 worden aardbevingen geregistreerd in Noord-Nederland. Deze bevingen houden verband met de gaswinning ter plaatse. In 1991 is bij Finsterwolde (FSW) een boorgat van 300m diep gemaakt en in gebruik genomen. In dit boorgat zijn op een diepte van 0-75-150-225 en 300m geofoons geïnstalleerd. Per niveau worden 3 richtingen geregistreerd (1 verticale en 2 horizontale richtingen). Op dieptes vanaf 150m is de bodemruis een factor 10-100 lager dan aan het oppervlak, zodat ook kleine aardbevingen geregistreerd kunnen worden.
Omdat het boorgat bij Finsterwolde zeer succesvol bleek, werd besloten een netwerk van in totaal 8 boorgatstations in Groningen en Drenthe te installeren. Ook werd een netwerk van drie boorgatstations rond Alkmaar geïnstalleerd. Beide boorgatnetwerken zijn sinds mei 1995 operationeel. Het KNMI heeft toegang tot de stations via telefoonlijnen.
Netwerk van versnellingsmeters
Aardbevingen in Noord Nederland van een magnitude groter dan 2,0 worden veelal gevoeld door de bevolking ter plaatse. Dit komt door de geringe diepte van de bevingen, gemiddeld ongeveer 2,5 km. Het KNMI heeft regelmatig enquêtes onder de bevolking gehouden om een nauwkeurig beeld te krijgen van het epicentrum en de macroseismische gevolgen. Een aanvulling op deze gegevens wordt verkregen door de versnelling van de bodem in het epicentrale gebied te meten, zodat een relatie tussen de intensiteit van de beving en de versnelling kan worden gevonden. Voor dit doel heeft het KNMI sinds eind 1996 gefaseerd 12 versnellingsmeters in Noord-Nederland en 8 in Zuid-Nederland geplaatst in gebieden waar regelmatig aardbevingen voorkomen.
Eerste uitgave:
01-04-04
Laatste wijziging:
01-04-04