Vorst aan de grond is vorst op 10 cm hoogte (foto: Jannes Wiersema)
In het jaar 2000 daalde de temperatuur in De Bilt op 17 december het eerst onder nul. Zo'n lange vorstvrije periode in een jaar is sinds het begin van de metingen in 1854 niet eerder voorgekomen. Het record van de laatste vorstdatum stond op naam van 1970 toen het in De Bilt op 11 december begon te vriezen. Landelijk staat het gedateerd op 16 december 2000 toen in het zuiden van ons land de eerste vorst werd geregistreerd. Onder extreme omstandigheden zijn in ons land ooit in september minima gemeten tussen -2 en -4 graden.

Van een vorstdag is sprake wanneer de temperatuur op de standaard waarnemingshoogte van anderhalve meter boven het maaiveld onder het vriespunt daalt. De uiterste minima in oktober liggen tussen -6 en ruim -8 graden. Oktober telt normaal (gemiddeld over het tijdvak 1981-2010) landinwaarts een of twee vorstdagen. In november worden in het binnenland gemiddeld vijf tot zeven vorstdagen genoteerd, maar soms wordt in die maand al het dubbele aantal gehaald. Het jaartotaal varieert van 40 vorstdagen aan de kust tot ongeveer 65 vorstdagen in het oosten en noorden.

Vlak boven de grond, op een waarnemingshoogte van 10 centimeter, daalt de temperatuur veel vaker onder het vriespunt. Vorst aan de grond, ook wel nachtvorst genoemd, kan zelfs midden in de zomer voorkomen. In het oosten en noorden van ons land daalt de temperatuur vlak boven het aardoppervlak in oktober op gemiddeld ongeveer vijf dagen onder nul, maar soms wordt dat aantal in september al overschreden.

De vliegbasis Twenthe registeerde in 2011 op 9 oktober met -0,5 graden de eerste vorstdag van van het najaar in ons land. In De Bilt was 14 november 2011 de eerste vorstdag in de aanloop naar de winter van 2012.