Het KNMI maakt al sinds de oprichting in 1854 gebruik van vrijwillige waarnemers. KNMI-oprichter Buys Ballot benaderde verschillende belangstellenden met het verzoek om waarnemingen te doen voor het KNMI. Tegenwoordig beschikt het intsituut over automatische weerstations. Daarnaast is er een meetnet van neerslagwaarnemers. Iedere ochtend tappen zo'n 325 vrijwilligers handmatig de regenmeter af en meten zij zonodig de hoogte van de sneeuw met een liniaal. Daarnaast beschikt het KNMI over een netwerk met een een geselecteerde groep gebruikers die waarnemingen van (extreme) bijzondere weersverschijnselen melden. In het kader van de Natuurkalender en onderzoek naar klimaatveranderingen maken vrijwilligers melding van ontwikkelingen in de natuur, zoals de bladontplooiing, het in bloei komen van planten, bladval, vlinders en vogels.