Kunstmatige beïnvloeding van het weer gebeurde al in de achttiende eeuw, toen militairen uit Oostenrijk probeerden wolken lek te schieten. In 1896 werd een hagelkanon uitgevonden om hagelbuien te bestrijden, maar een succes is het niet geworden. In de jaren dertig van de twintigste eeuw voerde de Nederlander Veraart experimenten uit om neerslag in wolken op te wekken. Met name in Rusland wordt die techniek, waarbij wolken worden bestrooid met kristallen zilverjodide nog steeds toegepast. Met name in Zuid-Europa  worden granaten afgevuurd op hagelbuien om de hagelstenen te verkleinen en zo de eventuele schade aan druiven te voorkomen. Ook in Nederland en België worden soms hagelkanonnen ingezet maar het effect daarvan is nooit bewezen. Daarnaast worden in de Verenigde Staten experimenten uitgevoerd om tropische cyclonen te temmen en mist te bestrijden. Opzettelijke weerbeïnvloeding als oorlogswapen is op 18 mei 1977 in de ban gelegd dankzij een verdrag in Genève, dat door 34 landen is ondertekend, waarin is geregeld dat opzettelijke weersveranderingen niet als oorlogswapen ingezet mogen worden.