In het eerste etmaal na een vorstperiode wanneer de temperatuur weer boven nul komt wordt door de meteorologen van het KNMI gesproken van dooi. Naar gelang de snelheid van de temperatuurstijging is het een langzame of snelle dooi. Een dag of twee na een vorstperiode hebben de weerkundigen het nog over aanhoudende of doorzettende dooi. Het verkeer ondervindt er veel hinder van door sneeuw of ijzel, maar ook vanwege de grote kans op mist of gladheid.