Sterrenkunde. Het klimaat op aarde wordt voor een deel bepaald door astronomische factoren, zoals de stand van de aardas ten opzichte van de zon en het aantal zonnevlekken. Dat zijn donkere vlekken op de zon die samenhangen met koelere plekken waarop door explosies van energie geladen deeltjes vrijkomen. De activiteit van de zon heeft invloed op het klimaat: zo viel de Kleine IJstijd, de periode 1645-1715, samen met een periode waarin de zon weinig activiteit vertoonde. De astronomische seizoenen die veroorzaakt worden door de schuine stand van de as waaromheen de aarde draait, beginnen ongeveer drie weken later dan de meteorologische seizoenen over drie volledige kalendermaanden.