Methaan is na kooldioxide het belangrijkste gas dat bijdraagt aan de versterking van het broeikaseffect door de mens. Uit onderzoek van oude ijskernen blijkt dat methaan al sinds jaar en dag in de atmosfeer voorkomt. Variaties in de hoeveelheid in het verleden hangen sterk samenhangen met veranderingen in temperatuur en kooldioxide (CO2). De ijstijden kenden de kleinste hoeveelheden methaan, terwijl deze in warme periodes (interglacialen) weer toenamen. Sinds de achttiende eeuw is de hoeveelheid methaan in de atmosfeer scherp toegenomen (met ongeveer 150%). In de huidige atmosfeer is meer dan de helft van het methaan het gevolg van menselijk handelen. De belangrijkste nieuwe bronnen zijn de productie en het gebruik fossiele brandstoffen (kolen, olie, gas), rijstbouw, veeteelt en afvalverwerking. Ook bij bosbranden en uit bevroren toendra's (smeltende permafrost in Siberie en Canada) komt methaan vrij.